Home  Contact  Disclaimer
 
Klik hier voor meer informatie Klik hier voor meer informatie
 
E-zine


Tijdschrift Speling: ‘Verbazing en verbijstering over de mens’

Fragment uit de meest recente editie van tijdschrift Speling. Deze week een artikel van Loet Swart over het thema 'Allemaal mensen'.


SterrenhemelWe happen naar adem als we de blik richten op de mensensoort. Wat moeten we denken van de mens in zijn grandeur et misère? Wat een veelkleurigheid en verwarrende tegenstellingen komen we tegen in elkaar, in onszelf. Simpele goedheid en bang makende slechtheid, hartverwarmende gastvrijheid en brute uitstoting, eerbied en mishandeling, stupiditeit en wijsheid, gulheid, knechting, grootheid, kinderachtigheid. En dat laatste lijkt wel steeds erger te worden. De reality van ons bestaan van vandaag doet in onwaarschijnlijkheid al niet meer onder voor wat we in de soap van gister overdreven vonden. Wie zijn we eigenlijk? Een niet te beantwoorden vraag waar we toch niet omheen kunnen. ‘Wat is de mens?’, vraagt de psalmist zich verwonderd af. In psalm 8 wordt zo de eerste en de belangrijkste vraag van de filosofie gesteld. ‘Is dit een mens?’, roept Primo Levi eeuwen later vertwijfeld uit. Hier lijkt de wijsheid definitief ingehaald te zijn door de totale onmenselijkheid van het concentratiekamp.

‘Wat is de mens?’
Deze indringende vraag naar wie wij toch zijn wordt gesteld door een wijsheidsleerling. Psalm 8 kan gesitueerd worden in leerhuiskringen, na de Babylonische ballingschap. Je zou van een religieus-filosofische school kunnen spreken. Voor de oudtestamentische wijsheidsleerling is de vraag naar de mens een vraag binnen de relatie God-mens, een verwonderde vraag over de Schepping. In psalm 8 is de context die van de kosmos, de aarde en het leven op de aarde. De psalmist bezingt de majesteit van de Schepper tegenover de zich onder de onmetelijke hemel klein voelende mens. Deze mens voelt een onuitsprekelijke bewondering voor de ordening die hij in de kosmos ziet en ondergaat. En binnen die allesomvattende werkelijkheid ervaart hij zijn eigen positie als een uitverkiezing. Hoe is het mogelijk dat precies naar hem – die zich bewust is van zijn kleinheid – de hand van God is uitgestrekt:

Als ik kijk naar de hemel, het werk van uw vingers,
de maan en de sterren die Gij hebt bevestigd,
wat is dan de mens, dat Gij aan hem denkt,
de zoon van Adam, dat hij u ter harte gaat.
Toch hebt gij hem bijna een God gemaakt
en hem met glorie en luister gekroond.

Kunnen wij, twintigste-eeuwse mensen, dit gevoel nog delen? Is onze ervaring niet een totaal andere? De ervaring van onze kleinheid tegenover een majesteitelijke God, opgedaan onder de onmetelijke sterrenhemel, is alleen al hierom niet meer zo toegankelijk doordat we leven in een land waar het ’s nachts nooit helemaal donker is. Wie weleens de diepe nachtelijke duisternis van het Franse platteland heeft meegemaakt of in een Noorse provincie heeft gekampeerd, loopt een kans iets doorvoeld te hebben van wat de psalmist lijkt uit te drukken.

Meer lezen? Wanneer u vriend van Zinweb wordt, krijgt u een jaarabonnement op Speling cadeau!

Eerder gepubliceerde fragmenten uit Speling vindt u in ons archief


Stem ook op dit artikel:
 



RSS Reageer (3 reacties)
terug naar boven



E-zine weekarchief
* De beste statistieken die je ooit gezien hebt
* Verhalenactie ‘Dankzij tegenslag’
* Zincast
* Over Geluk, deel 7
* Verzamel vrijdag
* Video: De geheime verhalen op het web
* Een Dame van 100 jaar!
* Over Geluk, deel 6
* Verzamel vrijdag
* The Monk and the Fish
* De kleine prins (3)
* Over Geluk, deel 5
* Verzamel Vrijdag
* Video: The Lost Generation
* Kunst in Mennorode




Zinprikkel


Zoekhulp

Uw Zinweb

Wat is Zinweb

Bladwijzer en delen