‘Ja, maar je ziet er goed uit’. Aan het woord is een arts tijdens een visiteronde. Ik heb zojuist aangegeven dat ik me beroerd voel en me zorgen maak. Je ziet er goed uit. Ik voelde me dan niet gehoord. Na verloop van tijd begon ik die reactie van artsen en verpleegkundigen te begrijpen. Ten eerste ben ik in hun ogen heel jong voor iemand met dit ziektebeeld: de gemiddelde patiënt is zeventig jaar en ik ben vijftig. De geneeskundige start vanuit het beeld van een zeventigjarige en dan zie je er al snel goed uit. ‘Mijn’ artsen werken met een patiëntengroep waarbij een groot deel van de behandeling palliatief is: de patiënt wordt niet meer beter, heeft geen energie meer of kwam pas in dit ziekenhuis nadat alle andere behandelingen niet gewerkt hadden. Ik was een succespatiënt, herstelde steeds weer, dus ik was een lichtpunt. Toen ik dit bespreekbaar maakte werd er door hen verrassend open gereageerd.
Oncologie is een pittige medische afdeling waar ik heel deskundige en hardwerkende mensen heb ontmoet die goed luisterden naar mijn wensen en behoeften. Met een goede gelijkwaardige relatie tussen artsen en verpleegkundigen en patiënten. Goede informatie over het medische deel, hun vakgebied. Het bespreekbaar maken van mogelijke worstelingen op het psychische gebied, waar ze ervaring mee hebben en meedenken op het gebied van zingeving en spiritualiteit. Dat alles met een hoge werkdruk. Soms hoor je ‘Ik weet het niet precies, het is afwachten.’ Soms ook heel direct: ‘Ik snap dat je op bent en liever uitstel hebt maar ik weet zeker dat we niet met de behandeling kunnen wachten tot maandag.’
Vlak voordat ik de eerste keer naar huis zou gaan bleek de alvleesklieraanhechting te lekken. Maar ik had ongelooflijk veel geluk gehad: het vocht was al die tijd opgevangen door een drain die ergens anders voor bedoeld was. Toch was het spannend. Kan ik zo wel naar huis? De chirurg komt voor een gesprek. Hij vraagt aan mij of ik vertrouwen heb. Ik leg hem uit dat ik gegroeid ben, dat ik het totaal steeds meer kan beleven als een transformatie, dat er achteraf duidelijke voortekenen waren in een kabalahtraject dat ik begonnen was. Ik vertel over de poortervaring. Hij is geïnteresseerd en tijdens latere gesprekken komen we er steeds op terug. De oncoloog heeft goed geluisterd naar mijn beleving en stemt daar in onze gesprekken heel goed op af, op zijn eigen manier.Ook de verpleegkundigen die het chemo infuus toedienen zijn geïnteresseerd. De medische wereld staat zeker open voor een bredere blik. We voeden elkaar.