Aandacht nodig voor geestelijke verzorging
Er moet meer oog komen voor geestelijke verzorging in de palliatieve zorg. Dat stelde prof. dr. Kris Vissers, hoogleraar palliatieve zorg aan de Radboud Universiteit Nijmegen, tijdens het symposium in Utrecht.
De studiemiddag Palliatieve zorg en de spirituele dimensie werd georganiseerd door de masteropleiding theologie en geestelijke verzorging van de Universiteit Utrecht, de dienst geestelijke verzorging en pastoraat en de afdeling palliatieve zorg van het Universitair Medisch Centrum St. Radboud Nijmegen. Het congres werd gehouden ter gelegenheid van een nog te verschijnen boek met dezelfde titel.
Prof. Vissers vindt dat de somatische (lichamelijke) dimensie te veel vooropstaat in de palliatieve zorg, de zorg voor mensen in de terminale fase van hun leven. Hij vindt dat er meer aandacht moet komen voor psychologische en sociale aspecten en zingeving.
Geestelijk verzorgers moeten in zijn visie meedraaien in het behandelteam. De hoogleraar pleit dan wel voor een consulent spirituele zorg in plaats van een geestelijk verzorger, omdat de consulent niet met een beroepsgeheim te maken heeft.
Oog voor vraagstukken
De hoogleraar toonde zich ingenomen met de benoeming van prof. dr. Carlo Leget tot hoogleraar zorgethiek en geestelijkebegeleidingswetenschappen aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. Hij vindt het belangrijk dat de jongere generatie artsen in de palliatieve zorg meer oog krijgt voor zingevingvraagstukken en vroeg de geestelijk verzorgers daarin een rol te spelen.
Laurien Schrijver, geestelijk verzorger in het Catharina Ziekenhuis te Eindhoven, zei dat iedereen zingeving belangrijk vindt. Ze constateert echter dat „de aandacht van artsen dikwijls uitgaat naar het medisch handelen en minder naar de zingeving”.
Volgens haar heeft dat te maken met de opleiding van artsen, die voornamelijk op het lichamelijke aspect gericht is. Het expliciet vragen naar de wensen van een patiënt tijdens de behandeling kan een mogelijkheid zijn om meer aandacht te krijgen voor zingeving.
Annemieke Kuin, humanistisch raadsvrouw aan het Westfriesgasthuis in Hoorn, legde uit dat artsen en geestelijk verzorgers elkaar niet begrijpen, omdat ze een verschillende taal spreken. Als voorbeeld gaf ze het woord ‘aandacht’. Voor geestelijk verzorgers betekent dat onvoorwaardelijke betrokkenheid bij de patiënt. Voor artsen en verpleegkundigen gaat het daarbij om het bestrijden van pijn.
(van Hetgoedeleven.com)
Gerelateerd thema
Er zijn geen gerelateerde artikelen in dit thema

Reacties
Merkwaardig dat er word
Merkwaardig dat er word gepleit voor een consulent ivm beroepsgeheim. Een vrijplaatsfunctie lijkt mij in de laatste fase geen overbodige luxe. Mocht de geestelijk verzorger vermoeden dat het beter is om het een en ander te overleggen, kan hij/zij daar toch toestemming voor vragen aan de patient?
Het is voor mij niet moeilijk
Het is voor mij niet moeilijk in te stemmen met het pleidooi voor meer geestelijke verzorging bij de palliatieve zorg. Wat het beroepsgeheim betreft, als de geestelijk verzorgers deel uitmaakt van het team en als medewerker het gedeelde beroepsgeheim heeft, is het niet nodig van de geestelijk verzorger een consulent te maken. Behandelinhoudelijke informatie kan met toestemming van patiënt en naasten gedeeld worden in het team. En in deze tijd betekent meer dat zowel de kwaliteit op orde moet zijn, dat bestuurders de geestelijke verzorging ruimhartig financieren en dat het management geestelijk verzorgers van de instelling uitdagen passend beleid te ontwikkelen voor geestelijke verzorging en palliatieve zorg.
Reageren