Ik houd het linnen blank

Jacobine Geel8 februari, 2011 - 11:30

Ik houd het linnen blank, dicht Ida Gerhardt ergens. Beeld voor toegewijde aandacht, zorgzaamheid, regel met de gevoelstemperatuur van vreugde. Geen vreugde die neigt naar uitzinnige uitgelatenheid, naar joelen en hossen, maar vreugde als de rustig brandende vlam van een kaars. Vreugde ook die niet het gevolg is van een vrolijke gebeurtenis, maar juist van innerlijke inspanning, niet dankzij maar soms bijna ondanks wat zich afspeelt in de wereld buiten. IJverige vreugde: ik houd het linnen blank.

Ik vind het een aantrekkelijk beeld, en een nastrevenswaardige houding. Hoewel niet eenvoudig vol te houden. Want als we goed kijken zien we, dag na dag, hulpeloze vaders met dode kinderen in hun armen. Zien we verweesde kinderen bij het graf van hun moeder. We zien de aarde openscheuren, horen orkanen razen en lezen hoe telkens opnieuw de pogingen van mensen om hun wereld, hun vrede op te bouwen, worden opgeblazen en teniet gedaan.
‘Het zijn bange tijden, mijn God’, schreef Etty Hillesum in 1942 in haar oorlogsdagboek. En hoe anders ook de achtergrond waartegen zij haar gedachten, haar angsten onder woorden brengt, ik begrijp haar als ze zegt:
   
Het zijn bange tijden, mijn God.
Vannacht lag ik met brandende ogen slapeloos in het donker en trokken er vele beelden van menselijk lijden langs me.
Het wordt me haast met iedere hartslag duidelijker God,
dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen
en door dat laatste helpen we onszelf.

Het zijn bange tijden. Het mooie en bemoedigende van Etty Hillesum is dat ze desondanks voor zoveel meer oog heeft. Dat ze, fietsend over de Amsterdamse Apollolaan in de lente, ook verrukt kan raken over de schoonheid van de dingen:

Kijk nou toch, die donkerrode rozen
Tegen de muur van dat huis!
Ik wil mijn hart weggeven aan die rozen.
En dan die viooltjes…
Die rozen en de viooltjes zijn net zo werkelijk als alle ellende om me heen.
Er is voor zoveel dingen plaats in een leven.

Er is voor zoveel dingen plaats in een leven. Donkerrode rozen naast een bordje ‘voor joden verboden’. Een groot en vriendelijk voorjaarsverlangen in een wereld waarin alle basale levensbehoeften gerantsoeneerd zijn, op de bon. Etty Hillesum zocht, worstelde om een evenwicht te vinden, in haar hartstochtelijke zelf, en tussen zichzelf en de woelingen van de wereld. Ze wilde kunnen huilen om een overreden kat, zelfs wanneer een paar kilometer verderop een stad werd gebombardeerd - er is voor zoveel dingen plaats in een leven. Door alles heen wilde ze een stukje van haar ziel ongeschonden kunnen bewaren. En ze wilde de liefde. Niet alleen voor die ene man, van die ene vrouw, maar de liefde als groot gevoel dat ons kan helpen een stukje van God in onszelf te redden, en op te graven in de geteisterde harten van anderen.

En dit is het enige, waar het op aankomt:
een stukje van jou in onszelf, God.
En misschien kunnen we er ook aan meewerken
jou op te graven in de geteisterde harten van anderen.

Deze omarming van het leven in al zijn volledigheid is het grote gevoel dat de dagboeken van Hillesum voortstuwt, die dagboeken ook zo indrukwekkend maken, juist tegen de achtergrond van de levenontkennende oorlog waarin ze werden geschreven. Er is voor zoveel dingen plaats in een leven. Omdat Hillesum niet zegt uit onverschilligheid, maar omdat ze het leven in al zijn verschillende vormen voluit wil leven, juist daarom inspireert ze. Inspireert ze mij. Nog altijd.

Etty Hillesum wilde een leven in liefde en mededogen, een leven waarin de innerlijke vreugde zwaarder woog dan de vernietigende krachten buiten. Geen gemakkelijke opgaaf, toen niet en ook nu niet. Orkanen woeden, de aarde beeft, oorlog snijdt vrede keer op keer de pas af  en, dichter bij huis, regeren de harde markt en een soms nietsontziend individualisme.

Maar juist een samenleving die zozeer leunt op de kracht van mensen vraagt om een even krachtig tegenwicht. We draaien door, overvragen onszelf en elkaar als we niet ook telkens durven terugkeren naar die zachtste plek in onszelf, naar waar we ons laten raken door wat we werkelijk zien, door wie we echt durven ontmoeten. Om dit tegenwicht te voeden helpt mij de overtuiging van Etty Hillesum, dat er voor zoveel dingen plaats is in een leven. Laaf ik mij aan de blik van het blanke linnen van Ida Gerhardt. IJveren voor de vreugde. En na een tijdje durf ik het dan weer te geloven. Dat het kan. Dat wij anders kunnen worden, heel anders. Dat wij nieuw kunnen worden.

Uit: Welkome Woorden

Jacobine Geel is theoloog en tv-presentator


Gerelateerd thema

Er zijn geen gerelateerde artikelen in dit thema

Reacties

Reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.