Geborgenheid en verloren tijd
Het verhaal gaat dat er nog Marokkaanse Joden zijn die -van vader op zoon- de sleutels bewaren van de huizen die zij in de 15e eeuw in Spanje moesten achterlaten. Als tastbare herinnering aan een ver verleden. Sleutels zonder slot. Symbolen van een nooit meer sluitende, bittere herinnering. Symbolen ook die worden doorgegeven -generatie op generatie- als de onuitwisbare last van het geheugen.
Deze traditie is een indrukwekkend voorbeeld van de vorming van een ritueel. Een gewoon voorwerp, een sleutel, wordt de betekenisdrager voor een verloren tijd. In zekere zin gaat de herinnering aan de Spaanse (en Portugese) jodenvervolging dus ook nooit meer over, zou je kunnen zeggen. Toch is dit niet helemaal waar. De herinnering blijft weliswaar, maar de door de rituele overdracht van het symbool wordt die bittere periode uit de geschiedenis op een ander plan gebracht en min of meer aanvaard en ingelijfd.
Met het doorgeven van de sleutel wordt tevens benadrukt dat het leven doorgaat, wat er ook gebeurd is. Niets kan worden teruggedraaid, het gaat nooit meer over.
Na 1945, toen deze Joden veelal naar Amerika uitweken, hadden zij opnieuw een sleutelervaring toe te voegen aan hun herinnering: het ritueel was hen behulpzaam.
Je kunt verschillend reageren op een dergelijke manier van omgaan met het verleden. Ik denk dat de reacties zullen variëren van ‘het verleden heeft afgedaan’ tot ‘het verleden is een les voor de toekomst’.
Nu is het onmogelijk -en ook ongepast- om hier in het bestek van enige pagina’s de lijdensgeschiedenis van het Joodse volk te behandelen. Veel zinvoller is het je eens af te vragen hoe je in je eigen leven omgaat met wat je achter moest laten. Toen je tegen je verlies moest kunnen, of toen je in de fout ging.
In dit verband moet ik denken aan de titel van een boek van Cees Nooteboom: ‘Waar je gevallen bent, daar blijf je’. Niet alleen de herinnering blijft, maar je blijft er zelf ook een beetje bij achter. Hoe nu verder? Dat is de vraag van de innerlijke dialoog met jezelf. De vraag die je stelt op een breukvlak in je leven.
Het merkwaardige van zo’n ervaring die je tegelijkertijd ergens doet blijven èn de aansporing doet voelen verder te gaan is, dat je die niet meer echt kwijt kunt raken. Afscheid moeten nemen van iemand, of van een bepaalde plek, een deel van je leven moeten afronden, dergelijke ervaringen blijven als een merkteken aan je ziel.
Hoe je ze ook verwerkt (hebt), als je wilt kun je ze weer uit het archief van je geheugen lichten.
De dichter C.O. Jellema zegt ergens in een van zijn verzen:
Afscheid komt zelf. Dat wat je nemen moet,
Je kunt wel doen alsof het niet bestaat.
’t Bestaat ook niet zover het denken gaat.
Hoe kun je anders, alles wat je doet.
Heel precies en treffend heeft hij daarmee aangegeven hoe het gebeuren ons omvat, en zich buiten onze wil voltrekt. Je zult het moeten nemen zoals het is; er doorheen moeten gaan. Je moet vooral het gebeuren, de gang van je leven, niet proberen te ontkennen. Als je immers met alles in je bestaan even bewust kon omspringen, zou verandering geen vat op ons krijgen – zouden wij onszelf de ruimte niet gunnen.
Naarmate een ervaring verder van ons afstaat, wij zelf ook anders tegen de dingen zijn gaan aan zien, krijgt die ook een andere kleur in onze beleving.
Jellema zegt het heel krachtig zo:
‘Elk groen is groen – wordt in de verte blauw’.
Het zou niet goed zijn als we alleen maar op onze herinneringen teerden. Wie met de sleutel in de hand geklemd een verloren huis -een persoonlijk onnoembaar leed- blijft bewenen, die heeft zichzelf overgeleverd aan een bange droom. Zo geraak je buiten de stroom van het leven.
Makkelijker gezegd dan gedaan; ik weet het. Je zult maar omkomen van verdriet, en er niet over uit kunnen dat jou zoveel onrecht treft. Met een praatje is dat gat in jouw leven niet gevuld. Uiteraard niet: elk gemoraliseer is uit den boze. Wat blijft is dit; doe de sleutel niet weg, en zet hem ook niet op de schoorsteenmantel. Maar draag de sleutel als een symbool. Als symbool van het leven: als symbool van omzien en vooruitzien. In de plaats van zelfmedelijden en zelfbeklag komt dan een gevoel van geborgenheid. In plaats van vasthouden aan -zeg maar- oud zeer, komen overgave en liefde. In de kring van die geborgenheid draagt de liefde van God onze gedachten en herinneringen.
Die geborgenheid reikt verder dan het denken.
Met de woorden van Anna Blaman:
‘Wie vraagt naar het bewijs is te klein voor het geheim’
Dr. Heine Siebrand is theoloog en filosoof, en als remonstrants predikant verbonden aan de Geertekerk te Utrecht. Als studentenpastor was hij jarenlang actief betrokken bij de Janskerk en bij het IPSU, het nieuwe platform voor studentenwerk in Utrecht. Eerder was hij (studenten-)predikant te Groningen. Info: www.heinesiebrand.nl
Gerelateerd thema
Er zijn geen gerelateerde artikelen in dit thema
Heine Siebrand
- 17 februari 2013
- 06 december 2012
- 24 augustus 2012
- 20 juni 2012
- 29 mei 2012


Reacties
Reageren