De leegte als toeverlaat….
Boekbespreking - Avant-garde en Religie, over het spirituele in de moderne kunst - 1905-1955 is de titel van een essaybundel over een omvangrijke kunststroming die Europa heeft voortgebracht. Onder de naam avant-garde, richtten kunstenaars zich op een nieuwe beeldtaal. Tot de jaren ‘80 was er echter nog nooit systematisch stilgestaan bij de invloed van spiritualiteit en religie in deze kunstvorm.
Volgens de samenstellers van de bundel wordt de 20ste eeuw gekenmerkt door grote utopische gebaren. De avant-gardisten wilden door middel van de kunst (in de brede zin van het woord) aansporen tot het creëren van een ‘nieuwe mens’ en ‘een nieuwe maatschappij’. Onder invloed van een toenemend seculier gedachtegoed en materialistische tijdgeest wilde de avant-garde een nieuw geluid laten horen: Das Geistige in der Kunst (ontleent aan Kandinsky). Voortgestuwd door de desillusie die twee wereldoorlogen bewerkstelligden, en onder invloed van onder meer esoterisch gedachtegoed en diverse religieuze tradities, streefden avant-gardisten naar een nieuw universeel en autonoom geestelijk rijk van zingeving. Het geven van nieuwe betekenissen aan de wereld was het gemeenschappelijke doel.
Centraal stond de verwerping van traditie als norm voor kunst en cultuur. Hierbij ging het ook om de zogenaamde ‘versteende kerken’, het gezag en de gevestigde orde. De grote vertogen zoals het Christendom waren niet langer in staat mensen te beschermen tegen de ‘horror vacui’ van het menselijke bestaan. De oorlogen met zijn loopgraven, Hiroshima en Auschwitz hadden de banaliteit van het kwaad én van het leven zelf, blootgelegd. Slechts de kunst zou een uitweg kunnen bieden. Inzet van de strijd was ook de autonomie en de eigenheid van de kunst. Men wilde vooral geen ‘dienende kunst’ scheppen. Het credo ‘God is dood’ werd en masse omarmd, maar de vraag blijft hoe autonome kunst de leegte kan invullen of vervangen? In deze bundel worden dan ook de reacties vanuit met name de rooms-katholieke kerk beschreven. De vraag blijft natuurlijk of de utopische droom van Cobra, Dada of de impressionisten ons een nieuwe bescherming hebben geboden voor de kale naakte waarheid van het bestaan.
Wie geïnteresseerd is in het ‘molencomplex’ van Piet Mondriaan of in Hugo Ball -die bewonderaar was van Augustinus en Thomas van Aquino, maar paradoxaal genoeg de hogepriester van het Dada (= Niets) werd genoemd -, kan in dit boek zijn hart ophalen. Ook Wassily Kandinsky en Franz Marc (Der blaue Reiter, 1912) komen voorbij en niet te vergeten: Max Jacob en Jan Toorop. Deze laatste was een zeer bewogen strijder tegen de uitwassen van de maatschappij en diens sociale wanverhoudingen, materialisme en expansiezucht.
De bundel met al deze verschillende invalshoeken wil analyses geven met oog voor de rol van religie op deze brede kunststroming. Toch worden door de grote verscheidenheid van de bundel, bepaalde hypotheses niet altijd voldoende onderbouwd en mist het soms de diepte die je als lezer wenst. Interessant is bijvoorbeeld de verbinding tussen avant-garde, religie en fascisme. Hier blijven echter vele vragen onbeantwoord. Toch is het een spannend boek. Want voor wie goed leest, zit het boek vol parallellen met onze huidige tijd, het maatschappelijk ideaal dat in onze tijd wordt nagestreefd waarmee de kunst onder druk wordt gezet. Lucebert dichtte: Zoals het gaat zal het komen, bij het afscheid van de muren, is de leegte toeverlaat…. Misschien wordt het tijd voor een revival van de avant-garde.
Yvonne Hiemstra
Predikant Verenigde Christelijk Gemeente Dokkum
Avant-garde en Religie, over het spirituele in de moderne kunst – 1905-1955, Frank Bosman en Theo Salemink (red.), Uitgeverij van Gruting, 2009. ISBN 978-90-75879-490. Prijs € 26.-
Steun Zinweb, bestel hier uw boek (boekhandel Kirchner, A'dam)
Bron: Adrem oktober 2011
Boeken
- 23 april 2012
- 22 april 2012
- 19 april 2012
- 13 april 2012
- 27 maart 2012


Reacties
Reageren