Oud geworden werkelijkheid
Er zijn mensen die hun leven lang in een pantser lopen. Het is eigen fabricaat. Sinds hun prille jeugd hebben ze eraan gewerkt. Om net te doen alsof ze onzichtbaar zijn. Maar later wordt het menens. Dan doen ze niet meer alsof. Want in plaats van onzichtbaar willen zijn, willen ze er helemaal niet zijn. Ze willen dood.
Dit zijn niet alleen de depressieven onder ons. Er zijn miljoenen anderen die een pantser dragen. Het is een kogelvrij en geluidwerend omhulsel dat hen zowel onbenaderbaar als ontoegankelijk maakt. Wat er achter schuilgaat, weet geen mens.
Verder is er een groep aan de zijlijn die zonder pantser en even onbeschut als naaktslakken door het leven gaat. Ik doel hier op de oudjes. Zo breekbaar als hun gebeente is, zo doorschijnend is hun huid. En net als bij schapen is stampvoeten hun enige verweer als ze zich bedreigd voelen.
Wat doen ze in hun laatste restje toekomst? Wat ze voortdurend doen: Afscheid nemen. Van hun huwelijkspartners en leeftijdgenoten. Van broers en zusters. Van ambities. Wat heeft nog zin op je oude dag als je overbodig geworden bent en even nutteloos als een stukgewaaide paraplu?
Geliefden en vrienden raken weg. Goden ook. Je kunt een God cadeau krijgen, als je, zoals ik, een tante hebt gehad die jou een God meegaf van Wie ze zei, dat Zijn schoonheid pijn doet aan je ogen. Maar wanneer je al te zwaar beproefd wordt en je gebed om hulp niet wordt verhoord, dan kun je het gevoel krijgen dat diezelfde God jou in de steek gelaten heeft. Mag je dan van geluk spreken wanneer je ondanks alles wat je achter de rug hebt een hoge leeftijd bereikt? Als je daar tenminste lust in hebt en nog mee wilt tellen. Is dat het geval, dan kun je als oudje best nog grote brokken van het leven doorslikken zonder te kauwen, al wordt dat wel afgestraft. Want wat niet verteert, komt weer naar boven als zuur of als oud zeer.
Zo kun je als oud mens over wegen gaan die zich achter jou direct weer sluiten, en je beseft dat er niemand is die voor jou uit gaat en niemand die jou achterna komt. Dit heet in de volksmond: Van God en alle mensen verlaten zijn.
Maar mocht je, van wie dan ook, een God cadeau hebben gekregen Die jou in de schemeravond van je leven bijlicht, dan kan je oud geworden werkelijkheid nog een geheel ander aanzien krijgen: ‘Als een perspectief waarin al wat je ziet tot aan de einder met enkel licht doorweven is.’ Dat zei mijn tante in haar laatste dagen. Zij zag dat licht in een vergezicht. Ik zag het ook, maar dan in haar gezicht.
Helen Knopper is auteur van diverse romans, verhalenbundels, poëzie en van haar memoires. Zij studeerde psychologie en heeft grote belangstelling voor religieuze stromingen en voor het Boeddhisme in het bijzonder.
Gerelateerd thema
Er zijn geen gerelateerde artikelen in dit thema
Helen Knopper
- 19 mei 2013
- 12 mei 2013
- 02 maart 2013
- 23 februari 2013
- 16 februari 2013


Reacties
Reageren