Het bad van Aphrodite
Zodra we uit de taxi stappen en de binnenplaats van het tot hotel verbouwde klooster oplopen, worden we ondergedompeld in een zee van geuren: bloeiende mimosa en laurierstruiken, tegen de muren opkruipende jasmijn, breed uitdijende lavendelstruiken en rozen, rode, gele en oranje rozen waar we maar kijken. De zoete, door de bloemen bezwangerde lucht begeleidt ons naar onze kamer, een voormalige monnikencel, sober maar smaakvol ingericht.
We gooien de balkondeuren open, lopen het onder hoge, stenen bogen gelegen terrasje op en vergapen ons aan het uitzicht. Rechts zien we de binnenplaats met het oude, middeleeuwse kerkje van het klooster, links strekken de glooiende, met sinaasappelbomen begroeide heuvels van Noordwest Cyprus zich uit. We vallen op de twee stoelen neer en kijken zwijgend van links naar rechts. We laten onze blik dwalen over de eeuwenoude, zandkleurige stenen van het klooster, de donkere balken, de honderden jaren oude olijfbomen en luisteren naar het ruisen van de zoetwaterbron die vlak voor ons terras naar een rond waterbassin geleid wordt. Krekels, nachtvogels en kikkers vormen op de achtergrond een veelstemmig koor dat ons van harte welkom heet. De eerste sterren verschijnen aan de hemel. We weten het eerste half uur niet veel meer uit te brengen dan zacht geprevelde kreten van verwondering. Zoveel schoonheid valt nu eenmaal moeilijk in een keer te bevatten. Na een half uur de vallende nacht in gestaard te hebben, voelen we de drukte van de stad al van onze licht verkrampte schouders glijden. Dit landschap is zo volstrekt anders dan het kille, vlakke land wat we zojuist verlaten hebben, dat we niet goed begrijpen waarom het ons toch zo snel weet te omarmen. Het wiegt ons op zwoele luchtstromen, bedwelmt ons met zoeten geuren en verruimt onze geest met adembenemende uitzichten. Juist omdat het zo anders en zinbedwelmend is, kunnen we er niet achteloos aan voorbij gaan; het weet zich onmiddellijk een weg bij ons naar binnen te banen. We worden er niet alleen stil van, we voelen ons ook thuiskomen in den vreemde.
De dagen erna hield de verwondering niet op, maar verdiepte zich. De schoonheid van het landschap parelde zich aan de overblijfselen van zo’n vijftig eeuwen cultuurhistorie. We reden langs de vele sawa’s van wijnvelden, doken witte kerkjes in en bezochten kleine vissershavens, die in verscholen baaien aan de rotsachtige kust liggen. We verbaasden ons over de rijkdom van de natuur – je hoeft je hand maar uit te strekken of je vangt een rijpe sinaasappel, vijg of citroen op – en over de overdaad van de cultuur: op Cyprus word je overal aan de Grieks mythologische, de Romaanse en Grieks-orthodoxe geschiedenis herinnerd. Deze vormen niet alleen een decor voor de moderne Cyprioten, ze vormen ook nog altijd een bestanddeel van de hedendaagse cultuur. Zo zagen we in het in de 12e eeuw gestichte Agios-Neofytosklooster moderne vrouwen alle twaalf iconen in het kerkje kussen, en hoorden we een jong stel voorzichtige verlovingsplannen maken op een bankje bij het bad van Aphrodite. Cyprus eert deze Griekse godin, omdat zij hier uit de zee getrokken zou zijn en vervolgens op een schelp, zoals de Italiaanse schilder Botticelli haar op doek vereeuwigde, het land werd opgetrokken. Na een paar dagen rondreizen over het eiland begrepen we maar al te goed waarom deze godin van de liefde, de schoonheid en de vruchtbaarheid juist dit eiland had uitgekozen om voet aan wal te zetten. Volgens de legende trof Aphrodite haar minnaars in de vijver naast een spelonk die begroeid is met heel oude vijgenbomen en sindsdien haar naam draagt. Het is nog altijd een favoriete plek voor verliefde stellen. Tegenwoordig mag er niet meer in de bron gezwommen worden; toch waagden we een voorzichtige teen in het aan mineralen rijke water en voelden niet alleen de kracht van oude verhalen en legendes, maar ook de betovering van deze mystieke plek.
Het ontbreekt ons West-Europeanen helaas vaak aan de vanzelfsprekende Cypriotische levenskunst van het in ere houden van tradities en het koesteren van betekenisvolle plekken. We zullen nieuwe wegen moeten vinden om materiële waarden van immateriële te leren onderscheiden, oude legendes nieuw leven in te blazen en aandacht op te brengen voor datgene wat niet met geld te kopen is: het uitzicht over de baai van Aphrodite, de Griekse mozaïeken in het huis van Dionysos, de eeuwenoude olijfbomen en het enige strand in Europa waar zeeschildpadden nog komen broeden, omdat het er niet te druk noch te vervuild is. Het belangrijkste wat ons bij thuiskomst te doen staat, bedacht ik mij de laatste avond, terwijl de maan boven Polis diep oranje kleurde, is behalve de gedroogde bloemen en de van het strand geraapte stenen een plekje geven ook deze Cypriotische levenskunst zien vast te houden. Ook in ons deel van West-Europa zijn talloze plekken die om onze belangeloze aandacht, onze verwondering en om nieuwe interpretaties vragen. Rondom ons huis in de Bourgogne bijvoorbeeld worden we door even zoveel getuigenissen van eeuwenoude tradities omringd. Van Gallisch-Romaanse opgravingen tot middeleeuwse kerken en kastelen. Deze plekken vragen om meer dan een vluchtige blik of een digitale foto. Nu de rol van de kerken grotendeels is uitgespeeld, moeten we leren ook zelf onze tradities ter hand te nemen en deze plekken nieuw leven in te blazen. Rust, bezinning en reflectie vormen daarbij het uitgangspunt, maar ook de bescherming van de natuur en het culturele erfgoed. Laten we hopen dat het demissionaire kabinet tijdens het lange, lange zomerreces het belang hiervan ook eens gaat inzien en na de zomer in hun rol van politieke bestuurders het goede voorbeeld zal laten zien.
Joke J. Hermsen is filosofe en schrijfster van o.a. De liefde dus, Stil de tijd en Windstilte van de ziel. www.jokehermsen.nl
Zinpodiumartikelen
- 04 mei 2013
- 03 mei 2013
- 16 april 2013
- 12 april 2013
- 11 april 2013
Joke J. Hermsen
- 09 januari 2013
- 04 juli 2012
- 23 mei 2012


Reacties
"Nu de rol van kerken
"Nu de rol van kerken grotendeels is uitgespeeld." Inderdaad, en ik zou er aan willen toevoegen, gelukkig. Wat Joke Hermsen beschrijft is de vraag naar een nieuw verbond / verbinding met de aarde, het besef dat alles wat rondom ons is en wat ons leven schenkt (natuur) van waarde is, heilig is. Een besef dat 'natuurvolken' (indigenious people) en onze vroege voorouders dat nog kenden. Juist de georganiseerde religie heeft, onder het mom van het uitroeien van heidense praktijken en het brengen van beschaving, dat besef van heiligheid (sacred) uitgeroeid. De kerken mogen zich nu wel wentelen in een vorm van bescheidenheid - noodgedwongen, want getalsmatig stellen ze niets meer voor en invloed hebben ze niet meer - hun theologie is nog steeds gebaseerd op overheersing en onderdrukking; vrouwen, homoseksuelen, anders-denkenden, natuur, enz.
Reageren