Thuisblijverspreek - Manuela Kalsky 'Geestkracht'
De oproep voor een thuisblijverspreek tijdens Pinksteren vond goed gehoor op Zinweb. Daarom deze feestdagen niet één thuisblijverspreek, maar twee. Vandaag de eerste van Manuela Kalsky.
Romeinen 8, 12-17
12 Broeders en zusters, we hoeven ons niet langer te laten leiden door de beperktheid van onze eigen wil.
13 Als jullie dat wel doen, zullen jullie zeker sterven. Maar als jullie met behulp van de Geestkracht je zondige vlees doden, zullen jullie leven.
14 Want allen die door deze goddelijke Geestkracht geleid worden, zijn kinderen van God.
15 Jullie hebben de Geestkracht niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, je hebt de Geestkracht ontvangen om Gods kinderen te zijn, om de Eeuwige te kunnen aanroepen met ‘Abba, papa’.
16 Die Geestkracht getuigt samen met onze geestkracht dat wij Gods kinderen zijn.
17 En als wij kinderen van God zijn, zijn we ook haar erfgenamen, erfgenamen van God. Samen met Christus zijn wij erfgenamen, wij moeten delen in zijn lijden om met hem te kunnen delen in Gods luister.
Het is een bekend verschijnsel: bekeerlingen zijn vaak fanatieke geloofsgenoten. Gepassioneerd en vol overtuiging verkondigen zij het goede nieuws, soms op het drammerige af. Het zit in hun karakter, of als we de neurowetenschappers mogen geloven in hun hersenen. Maar ongeacht of het nou ‘nature of nurture’ bij Saulus Paulus was, geloofsijver was zijn handelsmerk. Met opzet noem ik de man die aan de wieg stond van het vroege christendom en het tot op de dag van vandaag zo nadrukkelijk heeft bepaald Saulus Paulus. Het is namelijk een legende, dat Saulus pas na zijn bekeringservaring of doop de naam Paulus aannam. In werkelijkheid had hij gewoon een dubbele voornaam, zoals veel joden die in de diaspora leefden: Saulus verwijst naar zijn Joodse wortels en de naam Paulus hoort thuis in zijn Romeinse wereld. Zijn dubbele voornaam verwijst naar zijn bi-culturele identiteit. En als we ook nog de Griekse cultuur, waarin hij geworteld was, erbij optellen, mogen we gerust constateren dat Saulus Paulus in elk geval geen mono-culturele identiteit bezat. Soms werd een van zijn voornamen weggelaten, zoals we uit Handelingen 13, 9 weten. Daar valt te lezen: “Daarop keek Saulus, (die ook bekendstond als Paulus) hem strak aan, en vervuld van de heilige Geest zei hij: “U bent een bedrieger, een gewetenloze oplichter, een kind van de duivel en een vijand van elke vorm van gerechtigheid.” En dat gaat zo maar door. Een ding lijkt me duidelijk: Je kon het maar beter niet met deze tot Jezus Christus bekeerde Saulus Paulus aan de stok krijgen – ook na zijn bekering bleef hij een gedreven en opvliegend mannetje.
En toen in de afgelopen weken de beelden van Pim Fortuyn weer op de televisie langs kwamen – tien jaar na de moord op hem en de brief aan de Romeinen van Paulus nog vers in mijn achterhoofd zat - vielen mij plotseling overeenkomsten tussen Pim Fortuyn en Saulus Paulus van Tarsus op. Twee beslist intelligente, zeker niet onsympathieke mannen, die enorm uit de bocht konden vliegen, gepassioneerd schoppend tegen het establishment, de politieke en religieuze machthebbers van dat moment die in hun ogen niet meer het volk dienden maar zich lieten gijzelen door machtsdenken en eigenbelang. Saulus Paulus en Pim, ze lijken op elkaar in hun gedrevenheid, dat expressieve ‘ervoor gaan’, zeggen wat je moet zeggen ongeacht de prijs die je ervoor betaalt, de tegenstrijdigheden in hun uitspraken, de mensen die ze met hun visie wisten te bereiken. En - de ergernis die ze opriepen. Uiteraard zijn er grote verschillen tussen die twee. Het zou dwaas zijn het Nederland van nu te willen vergelijken met een land dat 2000 jaar geleden gebukt ging onder de bezettingsmacht van de Romeinen.
Maar toen het beruchte televisiefragment langs kwam, waarin een zichtbaar geïrriteerde Pim Fortuyn naar een kritische journaliste sneerde: “Mevrouwtje – ga lekker naar huis koken”, zag ik Saulus Paulus voor me, hoe hij net als in die passage uit Handelingen tekeer gaat en woedend roept: “De vrouw hoort te zwijgen in de gemeente”, getergd door al die vrouwen die tijdens zijn bijeenkomsten het hoogste woord voerden. Want ja, de vrouwen moeten zich toch in de discussies hebben gemengd, anders hoef je ze niet de mond te snoeren. En dat doet Paulus. Op verschillende plaatsen in zijn brieven laat hij zich laatdunkend over vrouwen uit, alhoewel hij eigenlijk van mening is dat de radicale Geestkracht van God, waar het in de tekst van vandaag over gaat, allen tot gelijken maakt: slaven en vrijen, mannen en vrouwen. Paulus Saulus weet dit maar al te goed, hij heeft die goddelijke Geestkracht immers zelf tijdens zijn bekering ervaren. En daar getuigt hij van als hij in de zonet gehoorde lezing uit Romeinen 8 zegt: Broeders en zusters, wij zijn niet langer de slaaf van onze eigen wil, van onze beperkte mogelijkheden als mens - dankzij de goddelijke Geestkracht weten wij dat we kinderen van God zijn, vrije mensen. Ook Pim Fortuyn was een voorstander van emancipatie en toch vliegen beide heren hier uit de bocht. Hoe kan dat nou?
Uiteraard tussen willen en daadwerkelijk doen ligt, zoals Gotthold Ephraim Lessing zo mooi verwoordde ein garstiger Graben, een vervelend diepe kloof. Het vlees is zwak, klaagt Saulus Paulus. De zonde giert door zijn lichaam, “het zondige vlees”, noemt hij deze toestand. Zouden we dat wat Paulus hier als ‘het zondige vlees’ aanduidt, vandaag de dag met behulp van de moderne wetenschap niet gewoon ‘testosteron’ noemen? (Met deze vraag suggereer ik trouwens niet dat ‘oestrogeen’ minder ‘zondig’ zou kunnen zijn, alleen hier spreekt een man – vandaar testosteron). Voordat Saulus-Paulus het door lijkt te hebben, sluipt die oude Adam weer binnen op het moment dat de nieuwe Adam zijn patriarchale macht dreigt kwijt te raken! Dan lijkt de vooruitstrevende, allen tot gelijken makende Geestkracht het te verliezen van ‘het zondige vlees’ en is de ambivalente houding ten aanzien van vrouwen weer terug in de brieven van Paulus. Misschien moeten we de aanhef van de zo net gelezen tekst helemaal niet inclusief vertalen met broeders en zusters. Misschien is zijn oproep het zondige vlees te doden inderdaad alleen maar tot de mannen gericht en ligt de zonde van vrouwen ergens anders?
Hoe het antwoord hierop ook mag zijn, Paulus zelf doet in elk geval zijn best om het zondige vlees af te zweren en zich door de Geestkracht te laten leiden, ook al valt het hem niet mee. In zijn brieven blijft de spanning voelbaar tussen de op het leven gerichte goddelijke Geestkracht en de machten van de dood. Hoe kan het ook anders? Paulus staat op het breukvlak van het oude en het nieuwe – van: het is er al en toch ook weer niet. De maatschappelijke situatie is complex. Het joodse volk wordt door het Romeinse Imperium onderdrukt en intern heerst een Joods theologisch conflict rondom de vraag of deze Jezus van Nazareth de binnen het joodse geloof verwachte Messias is. En Paulus zit midden in die strijd. De orthodoxe geloofstraditie van het Jodendom is een deel van hem, hij heeft aan de voeten van de beroemde Rabbi Gamaliël gezeten, hij kent de Thora van binnen en buiten, maar nu dienen zich nieuwe dingen aan. Hij weet het zeker, maar waarom zien de anderen niet dat deze Jezus de lang verwachte Messias is?
De strijd tussen behoud van traditie en het vernieuwen ervan speelt zich niet alleen maar binnen het Jodendom van zijn tijd af, maar ook in hemzelf. Hoe ver kan en wil hij gaan? Strategisch inzicht is gevraagd, geven en nemen, wikken en wegen - wat, waar en wanneer kan iets gezegd worden? Hij weet maar al te goed: dit is geen spel, geen zoveelste interne theologische discussie, dit is een bloedserieus binnenjoods conflict. En hij als vrome Thorageleerde en aanhanger van Jezus Messias is een van de hoofdrolspelers. Elke keer weer moesten zijn brieven toegesneden zijn op de situatie waarin de betreffende gemeente zich bevond. Elke keer moest hij aannemelijk maken dat de Geestkracht erom vraagt de grenzen van het joodse geloof te openen voor de nieuwe mensen die erbij kwamen, de gojim, de heidenen. Zij allen mochten vanuit de genade Gods, de Geestkracht leven – gelijkwaardig, in al hun verscheidenheid – verbonden in die Geest. Dat klinkt in theorie geweldig, maar ga er in de praktijk maar aanstaan. Hoe houd je de boel bij elkaar met al die verscheidenheid? Met al die verschillende visies op wat hoort en wat niet, wat nog acceptabel is en wat niet? Niet iedereen binnen de jonge christengemeentes vindt dat vrouwen leidende posities mogen bekleden. Dat moet je misschien niet afdwingen, maar geleidelijk aan invoeren, zodat er geen onderlinge ruzie ontstaat.
Zou dit de reden kunnen zijn dat een en dezelfde Paulus in zijn eerste brief aan de Korinthiërs zegt dat vrouwen moeten zwijgen in de gemeente en tegelijkertijd deze belangrijke brief aan de Romeinen toevertrouwen aan een vrouw – Phebe. Zij zal zijn brief eigenhandig in Rome afleveren en als het nodig is de inhoud toelichten. Hij acht haar daartoe blijkbaar in staat. In zijn brief noemt hij haar diakonos en patrona. Haar belangrijke positie in het geheel staat buiten kijf, net als die van de groep missionarissen, die hij aan het einde van zijn brief allemaal de groeten doet. Maar liefst 26 personen, waaronder opvallend veel vrouwen. Negen om precies te zijn, waaronder Priscilla, die samen met haar man Aquila, haar leven had gewaagd voor Paulus en die nu hun huis voor de bijeenkomsten van de gemeente open stelden. En Junia, die samen met Andronicus al vele jaren voor Paulus missionaris was en samen met hem in de gevangenis had gezeten. Zij allen hadden de Geestkracht, zij waren gelijken, waardeerden en vertrouwden elkaar en waren op elkaar aangewezen.En als we de in onze oren dogmatische en androcentrische taal in de brief van Paulus aan de Romeinen wat opzij schuiven, komt de volgende boodschap tevoorschijn: Vertrouw op de Geestkracht van deze liefdevolle God en straal deze liefde die van begin af aan in je is gelegd ook uit naar alles wat leeft. Zo bouw je mee aan het Koninkrijk van God. Verbeter de wereld, begin bij jezelf. Als kind van God kunnen al die externe machten je niet manipuleren. Als je het geschenk van de Geestkracht aanneemt, word je bevrijd van door anderen of door jezelf gemaakte en opgelegde wetten. God heeft je door zijn geestkracht vrijheid geschonken. Doe er iets mee
Paulus deed er iets mee, met alle ambivalenties van dien. Nu is het aan ons!
Thuisblijverspreek
- 21 april 2013
- 10 februari 2013
- 23 december 2012
- 09 december 2012
- 02 december 2012

Reacties
Reageren