Sacrale vervoering

14 juni, 2012 - 09:00

In Spanje slaan alle twee- entwintig voetballers een kruisje voordat ze het veld opkomen. Als dat werkt, zo merkte Johan Cruijff ooit op, zal het dus altijd gelijkspel worden. En bij FC Barcelona bevindt zich naar zijn zeggen een kapel in de cata- comben, waar voor aanvang van iedere wedstrijd beide elftallen bidden.

Bart Smits - Dit zijn voorbeelden van religieuze uitingen die spelers tijdens een wedstrijd een goed gevoel moeten geven. In een Fries dorp komt een voetbalclub met christelijke signatuur daar rond voor uit. Langs het voetbalveld, tussen de andere reclameborden, hangt een bord met het opschrift: ‘Geloof maar, dat scoort!’ De club wordt gesponsord door de plaatselijke protestantse gemeente.Eén van de beroemdste uitspraken in de voetbalsport komt van Diego Maradona, die tijdens het WK in Mexico (1986) een doelpunt maakte met zijn hand. Het was volgens hem ‘de hand van God’. Kennelijk heeft voetbal raakvlakken met religie. Iemand die daar iets zinnigs over kan zeggen is Yme Kuiper, bijzonder hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Tijdens een gesprek in zijn werkkamer in de Oude Boteringestraat,

Rituelen
Kuiper: ‘Het hangt ervan af wat je onder religie verstaat. Als je bij religie denkt aan het transcendente, het bovennatuur- lijke, de relatie met God, zie ik dat raakvlak niet direct. Maar het is er wél als je kijkt naar wat religie via rituelen met mensen doet. We komen dan terecht bij de inzichten van de Franse socioloog Durkheim (1858-1917), die stelde dat rituelen gevoelens van saamhorigheid bij de deelnemers oproepen. Er ontstaat een sacrale sfeer die apart staat van het leven van alledag. Welnu, dat zie je ook bij voetbalfans in stadions. Daar komt dan nog de adoratie voor de spelers en de identificatie met het eigen team bij. Wie op zondag niet naar de kerk gaat kan misschien een substituut voor zingeving vinden in de sportbeleving. Ik zeg “misschien”, omdat ik het wel een erg gemakkelijke verklaring voor de secularisatie vind. Zelf beschouw ik de vraag naar hoe mensen – jong en oud – in een geïndividualiseerde samenleving op zoek gaan naar helden en idolen om zich mee te identificeren, veel interessanter. Of naar het willen opgaan in een groter geheel, een massa. Sportwedstrijden, maar ook concerten, kunnen mensen in vervoering brengen. Bij voetbalfans zie je bovendien veel over-identificatie. “Wij” zijn alles, “zij”, de tegenstanders, zijn niks. Dat kan leiden tot buitensporige agressie, ja zelfs tot ongezonde vormen van lokaal chauvinisme en nationalisme.’

Individu en medemens
Professor Kuiper, die ooit op professioneel niveau voetbalde bij SC Heerenveen, wijst op het werk van de cultureel antropoloog Jan van Baal (1909-1992). In het voetspoor van historicus Johan Huizinga, die in zijn Homo Ludens uitging van het spelelement in elke cultuur, wilde Van Baal religie en sport met elkaar vergelijken. ’Van Baal’, zegt Kuiper, ‘ziet enerzijds de mens als individu dat zich wil onderscheiden van de ander, en anderzijds als medemens die bij de groep wil horen. Een soort dualisme: je wilt iemand zijn, maar tegelijkertijd ook ergens bij horen. Dat is niet alleen ken- merkend voor religie, maar ook voor sport. Alleen over- heerst in religie meer de ernst, en daardoor kan – volgens Van Baal – sport uiteindelijk religie niet vervangen.’

Sport overbrugt verschillen
‘Voetbal is oorlog’ was een bekende uitspraak van voor- malig Nederlands elftaltrainer Rinus Michels. Vindt Kuiper dat ook? ‘Het gaat inderdaad zo nu en dan goed mis, maar over het algemeen kun je stellen dat sport verbroedert. Sommige voetballers steken hun geloof niet onder stoelen of banken, trekken na een doelpunt hun shirt omhoog en laten een religieuze tekst zien: “I belong to Jesus”, of “God is Great”. Je ziet dat regelmatig bij Braziliaanse voetballers. Het is een vorm van empowerment, jezelf opladen. Maar er speelt nog een factor: in Brazilië slaat de bekeringsijver van de Pente- costals (Pinksterbeweging) de afgelopen tijd erg aan. Ook bij voetballers en hun families. Onderzoek laat overigens zien dat jongens met verschillende etnische en religieuze achtergronden heel goed samen kunnen sporten. Dat zou sommige politici aan het denken moeten zetten. Het multicultureel samenleven is in de voetbalwereld in ieder geval niet mislukt. Sport kan een enorme bijdrage leveren aan sociale cohesie: investeer erin en je brengt mensen bijeen. Maar goed, rivaliteit en competitie horen ook bij het leven. Ook op religieus gebied. Een geloofsgemeenschap die een bekende voetballer in haar armen kan sluiten, is daar meestal maar wat blij mee.’

Massahysterie?
Tijdens het Europees kampioenschap voetbal kleurt half Nederland oranje. Historicus Maarten van Rossem spreekt van massahysterie. Kuiper vindt dat zwaar overdreven. ‘Typisch huiver van de Nederlandse academicus. Daarom is sportgeschiedenis ook een onderontwikkeld vak in Nederland, vergeleken bij landen als Engeland en Italië. Wat is er op tegen dat mensen zich willen vermaken, ergens bij horen en spanning beleven? We zijn van oudsher een erg verdeeld land. Het oranjegevoel is een soort natiegevoel, dat snel wegebt als de resultaten tegenvallen. Kijk maar eens naar het EK in 2008. Duizenden Nederlanders reisden zonder toegangskaartje naar Zwitserland en zetten Bern en Bazel op hun kop. Deze steden kleurden oranje door vlaggetjes, hoeden, petten en feestneuzen. De Zwitsers vonden het geweldig. En alles zonder knokpartijen. Daaruit bleek de behoefte om ons op het grote Europese schouw- toneel eens even te laten zien als voorbeeldige natie. Dat de commercie en media daar op inspelen, ligt voor de hand. Maar toen kwam de wedstrijd van Oranje tegen Rusland met coach Guus Hiddink. “We” verloren en hup, weg was het oranjegevoel.’

Hooligans
Er bestaan tegenwoordig nauwelijks nog hooligans van nationale teams. Kuiper vindt dat een interessant fenomeen: ‘Vooral de supporters van het Engelse elftal waren in het verleden berucht. De Britse overheid heeft dat echter heel goed aangepakt. Het hooliganisme komt in Engeland nu nauwelijks nog voor.’ Hoe zit dat bij ons in Nederland? ‘Supportersgeweld is voornamelijk een clubverschijnsel. Met name de rivaliteit tussen supporters van verenigingen uit dezelfde omgeving is groot. In de Randstad gaat het natuurlijk vooral om Ajax en Feyenoord, maar ook Vitesse (Arnhem) – NEC (Nijmegen) is een beladen derby. Bij zulke wedstrijden is er altijd extra politie op de been. Ook in de onderafdelingen van het voetbal gaat het er soms fel aan toe. Dat zie je vooral in buurgemeenten en buurtdorpen. Supporters overschreeuwen dan zichzelf om vooral maar op te vallen. Op dat punt is er volgens mij geen verschil tussen christelijke en niet-christelijke voetbalclubs.’

Bron: DoopsgezindNL juni 2012


Doopsgezind - artikelen

Reacties

Reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.