Thuisblijverspreek - Ko Brevet 'Gaan'

17 juni, 2012 - 10:00

De 'thuisblijverspreek' is deze keer van Ko Brevet. Alle thuisblijverspreken worden gearchiveerd in een map onder deze naam. De vorige preken vindt u ook als u naar de onderzijde van deze pagina doorscrollt.

Gen 12 en Matth 21

Smeekgebed: 

Eeuwige God,
Wij zien op onze aarde mens en dier gebrek lijden:
Gebrek aan brood, aan water, gebrek aan zorg, aan liefde, gebrek aan doel en zin, gebrek aan ruimte en vertrouwen, gebrek aan een plaats onder de zon.
Als deze aarde het beloofde land is van uw goede schepping, laat dan alle gebrek, alle gemis en tekort herschapen worden vanuit uw tegoed.
En doe ons daartoe herleven, met hart en ziel, uw aarde, uw mensen, elkaar en onszelf tot zegen, zo bidden wij zingend…..HEER Ontferm U, AMEN

Gebed bij de opening van de Schriften
God van mensen, bron van ons leven, roepende
om bij ons gehoor te vinden: ooit vernam een mens een stem, die hij als de uwe verstond.
Een roep om te gaan, ergens vandaan, ergens anders naartoe, hij had een weg te gaan, een taak te volbrengen, een doel om na te streven.
EN hij ging!

Doe ons vandaag ook zo uw stem verstaan, uw woorden horen als een uitnodiging om de toekomst in te gaan en met nieuwe ogen te leren kijken naar U, de wereld en naar onszelf.

Gedragen door liefde, gedreven om recht te doen en geroepen om met mensen vrede te bewaren en te stichten, waar zij zo pijnlijk ontbreekt. Wees daartoe in ons van kracht met uw Geest, hier en nu, maar ook alle dagen die komen, AMEN

Uitleg en Verkondiging
Ze woonden in welvaartsland en dat wilden ze weten ook. Tenminste degenen die er naar hartelust van profiteerden. De hebbers en graaiers van toen. De macho’s van het uiterlijk vertoon en het snelle geld. Van zien en gezien worden, vooral met wat je je veroorloven kunt.
Er werden veel goederen geproduceerd en om die aan de man te kunnen brengen werden er voor dat gemak ook veel mensen gemaakt. Het was wel een echte mannenwereld, overigens, want voortdurend wordt er gesproken van mannen die zonen en dochters verwekken, maar wat de vrouwen daar van vinden lezen we nergens. Die zijn bij wijze van spreken ook nergens en als er dan eindelijk eentje opduikt in het verhaal is ze ook nog onvruchtbaar. Sarai heet zij, vorstin betekent die naam. Maar zo vorstelijk ziet haar leven er in die machowereld er voorlopig niet uit.
Wie aan de welvaartswedloop niet mee kan doen, wie tekort komt of tekort schiet kan het schudden.
Die doet niet echt mee, is niet gekend, laat staan bemind.
Sarai heeft geen kind. Daar is ze mooi klaar mee en haar man Abram ook. Want geen kind hebben staat in Ur, land van aldoor meer en nooit genoeg, gelijk aan geen toekomst hebben.
Dat beseft Abram’s vader Terach heel goed. Hij heeft behalve Abram nog twee zonen, Nachor en Haran, maar helaas is zijn zoon Haran veel te jong gestorven. Hij laat wel een kind achter, een jongen, Lot is zijn naam.
Terach ziet zijn kwetsbare en gekwetste familie aan en neemt een opmerkelijk besluit: hij gaat weg en neemt de meest kwetsbaren mee, Lot, Abram en Sarai. Een kleine, alleenstaande jongen en een kinderloos echtpaar. 
Zo gaan ze op weg, van Ur naar Kanaän. Zo helpt hij ze op weg, Terach. Een hulp voor hulpelozen is hij. Een mens bij wie de minst getelden in tel zijn. Een vader die weet dat er voor zijn kinderen in dat wellustige Ur geen toekomst is. Maar de wereld is groter dan Ur en dat is maar goed ook.
Zo gaan ze op weg, maar dan houdt het voor Terach op. In Haran, nog binnen de grenzen van het Tweestromenland, blijft hij achter. Of moet je zeggen dat hij blijft steken? En waarom dan wel?
We horen of lezen het niet. Wel lezen we dat Abram verder gaat, samen met Sarai en met neefje Lot. Ook lezen we van een vreemde stem die op de één of andere manier Abram vertrouwd in de oren klinkt. Zodat hij durft te gaan, zonder dat hij weet waarheen of waarvoor. Nou, dat laatste weet hij wel, zodra hij die stem tot zich laat doordringen: ga, ga weg uit je land, ga weg bij je familie en ga weg uit het huis van je vader….en ga naar een land dat ik jou zal laten zien…
Tot zover is er nog niks nieuws onder de zon, want dat er in Ur voor hem, voor Sarai en voor Lot geen toekomst meer was had ie intussen allang begrepen.
Maar de stem gaat verder: ik zal jou maken tot een groot volk, ik zal je zegenen en ik zal zorgen dat jouw naam ertoe doet…..
Een even schitterende als onmogelijke belofte, zo lijkt het. Alsof die stem niet weet van de kinderloos-heid die mede aanleiding is geweest voor deze wonderlijke uittocht van Abram, Sarai en Lot…..
Of zou het zo kunnen zijn dat die stem daar nu net wel van weet en dat we “het geen kind hebben” moeten plaatsen tegen de achtergrond en vooral in het kader van de tomeloze hebzucht en vruchtbaarheidscultus die Ur maakt tot een in tweeën gedeelde samenleving van hebbers tegenover niet hebbers, winnaars tegenover verliezers, macht tegenover onmacht?
Ik vermoed het hevig en dan gebeurt hier iets heel anders, dan boeiend vertellen over de avonturen van een familie van A naar B of in ANWB taal van A naar Beter trekt. Hier gebeurt veel meer en wat er gebeurt raakt ook ons bestaan.
Vertellend over Abram vertellen Abraham’s kinderen over de lotgevallen van hun eigen geloof.
Er is een eeuwenlange geloofstraditie aan het woord, die tot in onze generatie voortduurt.
Uitgegroeid en uitgekristaliseerd in meerdere tradities, maar gestoeld op dit geloofsverhaal.
Waarin veel geloof wordt verwoord, maar ook veel ongeloof. Om te beginnen ongeloof in de goden van Ur. Die rijkdom en bezit prediken, die geloven in de onoverwinnelijke macht van geld en goed, die durven geloven in de superioriteit van de ene groep, het ene volk, het ene ras boven het andere.

De goden van verdelen en heersen…., dat geloof wordt door Abram, Sarai en Lot afgewezen, vaarwel gezegd. Ze nemen er letterlijk en principieel afstand van.
Om een ander geloof te omarmen en een andere God te ontdekken, te volgen bovendien. Een God die met mensen meetrekt, over de bergen, maar ook door de dalen van het leven. Als het tegenzit en als soms zelfs het leven je tegenstaat.
Want de stem zegt: ik zal je zegenen. 
Dat is niet: ik zal zorgen dat je overal en altijd succes hebt. Maar: ik zal bij jou zijn, wat er ook gebeurt!
Want jij, Abram mag er zijn zoals je bent en jij ook Sarai. En natuurlijk is er ook nog kleine Lot.
In Ur tellen jullie niet mee, in die wereld doe je nooit echt mee als je klein bent of anders…..
In mijn wereld ben je gekend en bemind, zegt God tegen deze drie, want in mijn wereld telt ieder mens. Hoe verschillend die mens ook ten opzichte van de ander is. Mensen zijn nu eenmaal verschillend, maar juist daarom gelijkwaardig.
Daarover hadden we het weken geleden ook ter gelegenheid van de ontmoeting tussen de culturen. En zo is het maar net!
En Abram??? Hij gaat. Hij weet nog niet waarheen, maar hij weet intussen deksels goed waarvoor!
Om in Gods Naam en met zijn hulp te bouwen aan een groot volk, een wereldbevolking waarbij voor iedereen een plek is, waar ieder mens telt. Wie hij/zij ook is. Omdat voor God alle mensen tellen.
Hij gaat, omdat een stem hem toezegt mee te zullen gaan, waar de weg hem ook zal brengen.

Gaan, kernwoord in het verhaal van Abram, later Abraham, Ibrahim in de Koran, Avraham in de Tora. Hij gaat, zijn geloof, zijn vertrouwen is vol beweging. Ergens vandaan en ergens naartoe.
Of hij veel heeft moeten overwinnen om te gaan weten we niet. Het zou zomaar kunnen, zoals ook gebeurt in menig mensenleven, als we op kruispunten van het leven aankomen. Gaan we door of deinzen we terug? En wat zijn de gevolgen dan wel? Menselijk, aarzelen, niet gaan soms ook.
Jezus vertelt een gelijkenis waarin gaan en niet gaan een belangrijke rol spelen. Toch valt het op, dat daarbij de positieve rol extra belicht wordt van de mens die aanvankelijk weigerde te gaan maar die uiteindelijk wel ging. Wellicht moest hij vele nee’s overwinnen om tot een echt ja te komen.
Gaan is niet vanzelfsprekend en het jawoord van een mens dat door één of meer nee’s is heengegaan getuigt meer dan eens van groei.
Want die mens heeft de klemmende vraag tenminste goed begrepen.
Abram’s ja is ontsproten aan het uiteindelijke nee van zijn vader Terach. Die achterbleef, die terugdeinsde. Maar Abram is daarvan gerijpt tot Abraham, Ibrahim, de vader van gelovigen die hij voor ons als zijn kinderen is geworden en altijd zal blijven. Een vader die niet alleen in God geloofde, maar ook in zijn kinderen, hoe verschillend die ook zijn, denken, geloven en leven. 
Het is een zegen, ook vandaag en voor ons allemaal. Een zegen zolang wij leven. Laten wij elkaar zo als gezegenden tot in lengte van dagen tot zegen zijn. Want de stem die Abram riep om in vertrouwen op weg te gaan zegt ook ons vandaag toe met ons mee te gaan, de toekomst in.

Die stem blijft hier in Lochem klinken, ook als er een dominee voorbijgaat. Lof zij de Eeuwige, AMEN.

Geloofsbeleidenis:

Ik vertrouw op God,
de God van Abraham en Sarah,
de God die de enige vader is van ons allen
Die in het leven roept wat niet bestaat,
die verdrukten opricht
en ballingen thuisbrengt,
die ons tot familie maakt. 

Ik vertrouw op Jezus, die gekomen is
om te zoeken wat verloren was.
Die heeft geluisterd en gesproken
en ons geleerd heeft te luisteren en te spreken.
Die ons gewezen heeft op wie onze zusters en broeders zijn.
Die ons voorgegaan is in thuis zijn bij elkaar en risico's
nemen met elkaar. 

Ik vertrouw op de Geest.
Zij doet ons stromen en stralen.
Zij spreekt alle talen,
ook die zonder woorden.
Zij overstroomt zelfs het laatste woord van de dood.
Daar vertrouw ik op. 

Uit "Kort Credo", 150 belijdenissen, verzameld door Eimert Pruim 


Reacties

Reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.