Thuisblijverspreek Matthijs de Vries 'Compassie voor Job'
De 'thuisblijverspreek' is deze keer van Matthijs de Vries. Alle thuisblijverspreken worden gearchiveerd in een map onder deze naam. De vorige preken vindt u ook als u naar de onderzijde van deze pagina doorscrollt.
Job 2: 11-13; Job 5: 8-18; Job 16: 1 – 6
Job, de rijke man, is alles kwijt geraakt. Zijn bezittingen, zijn vee, zijn kinderen en ten slotte ook zijn gezondheid. Alleen zijn vrouw heeft hij nog en die zegt hem: “Waarom blijf je zo onberispelijk? Vervloek God toch en sterf.” Dus die is hij eigenlijk ook kwijt. Dan komen zijn drie vrienden hem opzoeken. Ze zien Job in zijn ellende, en zwijgen.
Daarna proberen de vrienden Job te helpen met… zingeving. Een zin te geven aan alles wat hem overkomen is. Ze proberen hem te helpen zijn houding te bepalen ten opzichte van het gebeurde. Ze beseffen – terecht - dat het niet in hun macht ligt om ook maar iets anders aan de situatie te veranderen. Ze kunnen hem zijn bezit niet teruggeven, en ze staan al helemaal machteloos tegenover de dood van zijn kinderen. En genezen kunnen ze hem ook niet. Het enige wat ze zouden kunnen doen, doen ze: Job proberen te helpen om zin te geven aan de situatie.
Eigenlijk doen de vrienden dus helemaal niets verkeerd. Zouden wij niet precies het zelfde doen? Zouden ook wij misschien Job proberen te troosten met onze overtuiging, dat God alles in de hand heeft? Dat geen vogeltje een veer verliest, zonder dat God dit wil? En als wij ongerechtigheid in ons leven denken te ervaren van Gods kant, dat dit aan ons gebrek aan inzicht te wijten is? Het klinkt helemaal zo logisch in onze oren. Als wij in God geloven, en we geloven dat Hij het Goede is, dat Hij Liefde is, dan moet het onrecht wel een gebrek aan ons zelf zijn. En dat is precies waar de vrienden Job van willen overtuigen.
Sterker nog: alle mogelijke opties en variaties op dit thema passeren de revue om Job iets van troost te bieden. Maar toch schieten ze te kort. Job blijft, om een understatement te gebruiken, achter met een gevoel van irritatie: “Dit soort dingen heb ik al zo vaak gehoord, niets dan ellende brengt mij jullie troost.” Gelukkig erkent Job dat troost hun doel is, maar tegelijk schieten ze daarin schromelijk te kort. Job probeert er zelf ook iets aan te doen. Ook hij is met zingeving bezig. Hij daagt God zelfs uit om zelf met antwoorden te komen! Ten opzichte van zoveel verdriet, kan alleen God zelf nog troost bieden. Maar dit lijkt een onmogelijk doel. Is het niet dwaas om een antwoord van God te verwachten? We hebben God toch niet aan een telefoonlijntje? Maar is dit wel kenmerkend voor Job: zijn vertrouwen in God blijft ondanks alle negatieve gevoelens naar Hem, zo sterk, dat hij verwacht een antwoord van Hem te krijgen.
En dan komt het antwoord. “He he”, denken we, als we het kopje in onze bijbel lezen: “God antwoordt uit de storm” Nu gaan we horen wat het wél is, de zin van dit alles. Maar wat gebeurt er? God zegt het aan het einde van het boek zelf, vanuit de storm iets als: er IS een zin in dit alles – alleen jij, Job, ziet het niet – kán het ook niet zien omdat je nu eenmaal een mens bent en geen God. Waarom zijn dan de reacties van Job’s vrienden, niet troostend, ondanks dat ze allen de waarheid spreken? En waarom geeft het antwoord van God, dat inhoudelijk niet anders is dan dat van de vrienden, wel troost?
Het maakt blijkbaar nogal een verschil wie het zegt. Niet in de zingevingsvragen, de waarom-vragen, zit de essentie, maar in de wie-vraag: wie geeft antwoord. In feite is dit het verschil waar het in Job allemaal om draait. Dit maakt het verschil tussen mededogen en iemand de put in praten. Mededogen vereist luisteren, de ander te zien met wie je te maken hebt, in plaats van in clichés en gemeenplaatsen te spreken. Wat heeft de ander aan mij? En daar naar spreken en handelen. Alleen maar stil zijn en luisteren had in Job’s geval al voldoende kunnen zijn. Maar zodra de vrienden hun mond open doen zijn ze er niet meer voor Job, zien ze hem niet meer. Kijken ze weg van Job en richten ze hun ogen naar boven, naar de hemel waar alles perfect is en vooral zo moet blijven. Ze nemen het voor God op in plaats voor Job. Zingeving wordt van God overgenomen. Alsof de Almachtige daar mensen voor nodig heeft! Alsof de Heer die Hemel en aarde gemaakt heeft, advocaten nodig heeft om Hem bijstand te verlenen!
Het gaat dus niet om zingeving, maar om de Zingever! Wie het zegt, dat maakt het verschil. En daarom is God’s antwoord uit de storm wel troostrijk. Job hoeft niet van zijn vrienden te horen dat God altijd gelijk heeft. Dat wist hij al lang al. Maar om het van God zelf te horen, dat is het verschil. Pas dan laat Job zijn rechtsgeding tegen God vallen. Hij vertrouwt ondanks al zijn uitdagende taal op een antwoord van God, en geen weldenkend mens zag dit en waardeerde hem daarin. Maar God wel! Dat maakte het verschil.
Het is dus als mensen onder elkaar – oog in oog met de nood van onze naasten –niet onze taak om advocaten van God te zijn, maar van elkaar. Onze naaste te zien als naaste, en daar naar te spreken en handelen. Dat is compassie. Daar heeft Hij (God) en hij (onze naaste) wat aan!
Amen
Thuisblijverspreek
- 21 april 2013
- 10 februari 2013
- 23 december 2012
- 09 december 2012
- 02 december 2012

Reacties
Reageren