Ongrijpbaar

17 juli, 2012 - 09:00

“Ik was nooit zo weg van Kopland. Ik vond zijn gedichten altijd wat ijl, te stemmingachtig; alsof je naar de wereld kijkt nadat je net je bril hebt afgezet. Geef mij maar iets stevigers, dacht ik, iets minder subjectiefs. Totdat ik een artikel over hem moest schrijven en merkte dat hij toch interessante dingen te zeggen heeft.

Dan bedoel ik vooral het idee dat de werkelijkheid groter is dan ze lijkt, en ongrijpbaar. En dat die ongrijpbaarheid een goede zaak is, die je feitelijk moet accepteren. Dat is ook mijn eigen ervaring. Hoeveel wij ook van de werkelijkheid weten, er schuilt tegelijk iets in wat ongrijpbaar voor ons is. We zien de fenomenen die zich aan ons aandienen, waardoor we wel iets van de dingen weten. Maar wat die dingen in zichzelf zijn, weten we niet. Er is iets wat zich nog verbergt en niet zo maar geeft; het moet misschien nog komen. Dat vind ik mooi zichtbaar gemaakt in dit gedicht.

Kopland is echt een intellectuele dichter, een prater, een redeneerder. Het eerste niveau waarop het gedicht me aanspreekt is dus het intellectuele. Tegelijk doet hij een poging om het intellectuele te overstijgen. Dit gedicht komt uit een cyclus over beelden van de Vlaamse kunstenaar Roger Raveel. Op internet kun je zien dat het beelden zijn waarop witte plekken op de werkelijkheid zijn aangebracht, alsof er gaten in zitten. Dat heeft Kopland ertoe gebracht te zeggen dat het misschien juist draait om die gaten, om het feit dat de werkelijkheid een gat heeft. Dat vind ik goed gezien. Wat wij zoeken in ons eigen leven is niet per se greep op de werkelijkheid; we zoeken eerder iets wat ons overstijgt, iets waarin we de regie juist verliezen. We willen dat er iets áán ons gebeurt, iets waarop we kunnen rusten of waarin we een bedding kunnen vinden.

Koplands poëzie is een stuk religieuzer dan hij zelf toegeeft. In zijn zelfinterpretatie zit de verlichte psychiater Van den Hoofdakker, die zegt dat het allemaal projectie is, hem iets te veel in de weg. De dichter weet beter waar het in de religie over gaat. Zijn gedicht komt dicht bij wat ik zelf als theoloog probeer te laten zien: terwijl wij in onze cultuur sterk geloven dat het hoogste doel is om het leven zelf in de greep te krijgen, zegt de christelijke traditie juist dat wij gedragen en geroepen worden – en dat wij daarvan leven. De moderne cultuur denkt: als wij beginnen te praten, komt er betekenis. Alle religies daarentegen – en het christendom op een heel specifieke manier – zeggen: er is betekenis en daar kunnen wij deel aan krijgen. Dat is een omkering. Het verliezen van de greep op de werkelijkheid heeft ook een pijnlijke kant, dat is waar, maar die kant hoort erbij. De wereld kan soms onder je handen afbreken, het is niet allemaal halleluja. Maar dat is niet het einde, je kunt daar ook weer uit opstaan. En daarbij word je geholpen, je hoeft het niet allemaal zelf te doen.”

Erik Borgman (Amsterdam 1957) is hoogleraar theologie van de religie aan de Universiteit van Tilburg. Tijdens de Nacht van de Theologie werd hij uitgeroepen tot meest spraakmakende theoloog. Hij reageert nuchter: “Je krijgt een onverwacht cadeautje, je pakt het uit en denkt: toch leuk. Maar ik zal het niet in de handtekening onder mijn e-mails zetten, alsof dit nu mijn nieuwe identiteit is.”

Raveel V

Ik las dat de werkelijkheid niet bestaat

er stond: de dingen zijn niet zoals ze lijken
te zijn – maar ze zijn ook niet anders

vreemde uitspraken die ik niet kan vergeten
ik blijf zoeken naar hun waarheid

en soms vind ik die – in zijn beelden
een onbegrijpelijke waarheid

Rutger Kopland (1934), uit: Een man in de tuin, Uitgeverij G.A. van Oorschot, Amsterdam, 2004

Bron: Volzin.nu


Reacties

Reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.