Thuisblijverspreek - Netty Hengeveld ‘op weg om thuis te komen’

9 september, 2012 - 10:00

De 'thuisblijverspreek' is deze keer van Netty Hengeveld. Alle thuisblijverspreken worden gearchiveerd in een map onder deze naam. De vorige preken vindt u ook als u naar de onderzijde van deze pagina doorscrollt.

Overweging, met als thema: ‘op weg om thuis te komen’ Bij Lucas 15:11-24 ‘de verloren zoon’ en psalm 122

Klaarwakker en opgetogenwas ik toen ze me riepen: wij gaan naar het Huis van je weet wel. En nog even, en mijn voetenstaan in jouw poorten, Stad!Jeruzalem, hoge veste,huizen schouder aan schouderhecht gevoegd, één geheeldaarheen de stammen, de twaalfde stammen van God die Eneom te getuigen van Hemdank te betuigen in zijn Naamdaar staat de Stoel van het Rechtdaar staat de Tafel der Armen. Deze stad moet vrede,vrede binnen haar murenen buiten rondom in de velden.Stad van Vrede, zwart profieltegen oplichtende hemel.Omwille van heel de wereldzeg ik: vrede voor jou.Omwille van onze kinderenzingen wij: vrede voor jou.  

De vakanties zijn voor een groot deel weer achter de rug. Wijzelf hebben gekampeerd met onze oude vouwwagen. Het was heerlijk, maar na de vakantie kwamen we tot de conclusie dat we wel toe waren aan een caravan: net wat comfortabeler. We struinden marktplaats af en kwamen uit op een oud, maar nog solide beestje uit 1988. Sindsdien zijn we enthousiast bezig met het strippen en opnieuw vormgeven van ons tweede huisje. Kapotte onderdelen vervangen, behangen, sausen, gordijntjes maken, nieuw aanrechtje. Een heerlijke klus: ik voel me als een klein meisje dat haar eigen poppenhuisje mag inrichten.

Waarschijnlijk is het een echt vrouwending: dat inrichten. Je hoort vaker dat bij verbouwingen de vrouwen het voortouw nemen en de knopen doorhakken en dat de mannen het moeten uitvoeren. Niet altijd tot tevredenheid van beiden overigens, maar daarvoor heb je dan weer leuke tv-programma’s, zoals: HELP,MIJN MAN IS KLUSSER.

Voor de mensen die het programma niet kennen: een heel klusteam komt op verzoek van de vrouw des huizes de gestrande klusser in kwestie helpen. Je ziet o.a. gevaarlijke situaties op het gebied van elektra en vocht- en schimmelproblemen. De vrouw (en evt. de kinderen) mogen er een paar dagen tussenuit. In een week tijd moet het huis dan weer bewoonbaar zijn. De klusser in kwestie krijgt gerichte opdrachten om het project te doen slagen. Aan het einde van de week wordt de geblinddoekte vrouw het huis binnen geleid en wordt de metamorfose met veel oohs en aahs en vaak met tranen verwelkomd. Het huis is weer een thuis geworden.

Ik moet bekennen; het kan soms vermakelijk zijn om naar de sores van een ander te kijken. En wellicht is het ook relativerend. Menig man zal tijdens zo’n programma uitroepen: ‘nou schat, dan valt het bij ons nog wel mee’. En menig vrouw zal heel subtiel tijdens het programma de onafgemaakte klussen van haar man ter sprake brengen. Overigens las ik laatst op facebook nog een berichtje (natuurlijk van een man), waarin stond: ‘vrouwen, als een man zegt dat hij klus zal klaren, dan klaart hij klus. Het is niet nodig om hem daar ieder half jaar aan te herinneren.’

Het stylen van je huis is al jaren populair. Onlangs is op bijna iedere deurmat de IKEA-catalogus gevallen. Naar aanleiding daarvan kopte Trouw: IKEA's catalogus, het enige boek dat de Bijbel verslaat. Dat verslaan had betrekking op de oplage. Jaarlijks verspreidt Ikea 212 miljoen exemplaren van de catalogus (5,3 miljoen in Nederland). Dat is zes keer zo veel als het aantal Bijbels dat vorig jaar werd aangeschaft. Overigens moest daar dan wel bij aangetekend worden dat de Bijbel wel iets tijdlozer is dan de catalogus en daarom niet ieder jaar opnieuw hoeft te worden aangeschaft.

Maar goed, het neemt niet weg dat ons huis belangrijk voor ons is. Het begrip ‘thuis’ spreekt tot onze verbeelding in zowel de bijbel als de Ikea-catalogus. Thuis is de plek waar je veilig bent en beschermd tegen alle gevaren van buitenaf. ‘Thuis’ is daar waar het goed is; waar je jezelf mag zijn met je fouten en gebreken, met alles wat je bent. Daar waar je je vanuit de kwetsbaarheid mag ontwikkelen. Heidegger heeft er al op gewezen dat het Oudhoogduitse woord voor wonen ‘buan’ ook ‘ik ben’ betekent. Thuis is de plek waar je jezelf mag zijn. Waar je gezien wordt.

Het begrip ‘thuis’ kun je ook ruim zien. Vroeger wist men zich veilig in de eigen buurt en het dorp. De eigen kring was belangrijk, alles wat daar buiten viel werd met argwaan bekeken. Daar aan de rand van het dorp, op de heide, daar spookte het. Daar moest je niet zijn, zeker niet in het donker. Maar in je eigen kring was je geborgen. 

De wereld is inmiddels groot geworden. Gevaren komen niet meer van de heide, maar meestal juist uit onverwachte hoek. Het leven biedt helaas niet aan een ieder een thuis. Denk maar aan daklozen, ook in Nederland. In Frankrijk worden momenteel vele Romakampen ontruimd en komen hele gezinnen op straat te staan. Overal ter wereld zijn mensen op de vlucht, vanwege oorlog en geweld, vanwege voedseltekorten of natuurrampen. Maar ook in ons land moeten mensen, kinderen de veiligheid vaak missen. Kinderen, die lijden onder de ruzies of de scheiding van de ouders, kinderen die van het ene opvangadres naar het andere worden gestuurd. Huiselijk geweld. Maar ook mensen die om gezondheidsredenen of vanwege de leeftijd niet meer kunnen wonen in hun vertrouwde huis, en genoodzaakt zijn te verhuizen naar een verpleeg- of verzorgingshuis. Het gevoel van veiligheid is ernstig in het geding wanneer mensen een inbraak of een overval moeten meemaken. Het kan jaren duren voor het leven weer kan worden opgepakt en ’s nachts weer rustig kan worden geslapen. Zelfs een geavanceerd alarmsysteem kan daar niet al te veel aan veranderen.

Hetzelfde konden we horen in de documentaire over het drama op het Noorse Utoya. Voor veel jongeren was het eiland een thuishaven. Ze kwamen er vele jaren achtereen en ook hun ouders en hun vrienden bezochten het eiland vaak vele zomers lang. Ze voelden zich er veilig. Zelfs toen ze tot hun schrik te horen kregen dat er een aanslag was geweest in Oslo, zeiden ze tegen elkaar: gelukkig zijn wij hier op de veiligste plek van Noorwegen. En dan gebeurt er in de avond van de 22 juli 2011 het onvoorstelbare…

Je huis, maar iedere plek waar je thuis bent, je woonomgeving, de gemeenschap waarin je leeft, je school, je werk, je geloofsgemeenschap, het zijn allemaal plekken die qua betekenis overeenkomen met je eigen huid. Je huid beschermt je organen, dat wat van binnen zit tegen kou, tegen uitdroging en tegen micro-organismen die niet in je lichaam thuis horen. Deze bescherming zou je huis, je leefomgeving, je regering je ook moeten bieden, maar we hebben gezien dat de praktijk van alledag anders is.

En toch is het begrip ‘thuis’ een concept dat we diep van binnen kennen, dat ons aanspreekt, zelfs als we in ons eigen leven zo vaak geen veiligheid hebben gekend. De inmiddels overleden theologe Dorothee Sölle schreef in haar boek Mystiek en verzet: ‘Geluk en geen thuis hebben, vervulling en op zoek zijn, nabijheid van God en de bitterheid van zijn afwezigheid in het leven van alledag horen bij elkaar.’

Het huis kent in die zin een dubbelheid. Het eerste aspect daarvan wat daarbij in het oog springt is de dualiteit van de binnen- en de buitenkant van het huis. De tweede letter in het hebreeuwse alfabet, de letter Beth , heeft de vorm van een huis: een fundament, een dak boven je hoofd en open naar de toekomst. De Beth als tweede letter van het Hebr. alfabet heeft dan ook de getalswaarde twee meegekregen. De twee van het dubbele, van de dualiteit. De binnenkant is het hart van het huis, dat gaat over dat wat werkelijk waarde heeft. De buitenkant is de vorm, die ook nodig is om de binnenkant te beschermen en te huisvesten.

Zelfs wat het goddelijke betreft kun je zeggen dat de vrouw zorgt voor de binnenkant van het huis. In de Joodse mystiek wordt nl gezegd dat in het huis de vrouwelijke kant van God woont, Gods geest, de Sjekina. Dat is de liefde, de vreugde, de vrede, de spiritualiteit.

Het oude woord voor huis ‘heem’ laat dat zien. Het heeft namelijk verwantschap met heimwee, maar ook met geheim. In het huis woont het geheim. Je kunt IKEA-spullen kopen tot je een ons weegt, maar dat geheim is niet te manipuleren, is niet te koop.

In psalm 122 is men vooral op zoek naar de binnenkant van de dingen. Er wordt een gemeenschappelijke reis ondernomen: een pelgrimage. Een weg omhoog, namelijk een opgang naar Jeruzalem: de stad van de vrede. Men gaat op bedevaart. Een bedevaart is letterlijk een tocht waarin veel gebeden wordt. Er wordt contact gezocht met het hogere of innerlijke, met God. De pelgrims zijn op weg naar het huis van Je-weet-wel, hertaalt Huub Oosterhuis zo mooi. Ze gaan niet voor een persoonlijk gewin, maar om een leven waarin sprake is van recht, solidariteit en vrede. Een stad waarin sprake is van verbondenheid, gelijkwaardigheid: de huizen staan schouder aan schouder. 

De jongste zoon in de gelijkenis wil juist de materiële kant van het leven ontdekken. Hij verlangt er naar verlost te zijn van zijn vader. Hij wil vrij zijn, zelfstandig het leven ontdekken, geniete en grenzen verleggen. Dat verlangen is blijkbaar zo sterk dat hij grote risico’s durft te lopen. Hij vraagt zelfs zijn vader om zijn erfenis, wat echt ongehoord is, zeker in het Oosten. Daarmee zegt hij eigenlijk dat zijn vader hem dood meer waard is dan levend. Zijn vader geeft aan dit ongepaste verzoek gehoor en met pijn in het hart laat hij zijn jongste zoon gaan, zonder verwijten, zonder waarschuwingen. Hij zal wel op zijn tong gebeten hebben, kan ik me zo voorstellen.

Al snel gaat het niet goed met onze jonge avonturier. En dat is op het moment dat hij al zijn geld er doorheen heeft gejast. Blijkbaar gaf het spenderen van geld maar een tijdelijk antwoord op zijn stille verlangen, en is de vrijheid die hij daarmee verkreeg beperkt. In tegenstelling tot de opgaande beweging in psalm 122 daalt deze jongen af tot het niveau van de varkens. Bij die voor Joden onreine dieren is er niet veel meer over van zijn grootse verlangen de wereld te veroveren. Het enige dat hij nu nog wenst is zijn buik te kunnen vullen, al was het met de peulen die bestemd waren voor de varkens. Maar zelfs die kreeg hij niet. Niet z’n vader, maar hij is nu op sterven na dood. 

Maar dan komt er een kentering. Hij komt tot zichzelf en staat op. Let op: als de bijbel het heeft over opstaan dan betekent dat meer dan alleen een fysieke actie. Opstaan is opstaan uit een ten dode opgeschreven situatie. Zijn besluit terug te gaan naar zijn vader staat vast. Bij hem hebben zelfs de dagloners het immers beter dan hijzelf. Of de reden van terugkeer heimwee is of honger wordt niet verteld, maar hij gaat. 

Aanvankelijk is hij vol goede moed en lichtvoetig van huis vertrokken. Nu keert hij met lood in de schoenen op zijn schreden terug. Hij heeft zijn vader en daarmee ook zijn familie en de gemeenschap te schande gemaakt. De kans dat hij wordt opgenomen in diezelfde gemeenschap is niet erg groot.
Maar dat loopt heel anders. Waar hij met trillende knietjes zijn ouderlijke huis nadert, ziet hij zijn vader in de verte al op de uitkijk staan. Waar hij hoopt zijn kost te mogen verdienen als een van de dagloners, ontvangt zijn vader hem met open armen als zijn zoon en kust hij hem. De vader is diep geroerd dat zijn zoon weer thuis is. Er wordt feestgevierd vanwege zijn terugkomst, (overigens tot wrevel van zijn oudste broer, maar dat is weer een hoofdstuk apart).

De jongste zoon mag de overgang meemaken van niemandsland (ergens op het veld in den vreemde) naar iemandsland. Hij mag er zijn, ook al was hij letterlijk en figuurlijk ver van huis. En door de houding van de vader wordt hij ook gerehabiliteerd als lid van de gemeenschap. Dat is nog eens een thuiskomen... 

Soms moet je letterlijk of figuurlijk vér van huis zijn om werkelijk –op een ander niveau- thuis te kunnen komen. Soms moet je daarvoor je grenzen op zoeken en misschien ook die van anderen. Daardoor kun je ontdekken dat niet alles van jou afhangt en dat je niet perfect hoeft te zijn. Als de jongen - net als zijn oudste broer- altijd bij zijn vader was gebleven had hij niet ontdekt hoe je soms kunt verlangen naar huis. En juist dat verlangen en die toewending tot de vader gaf de vader de mogelijkheid hem zijn liefde te tonen. Hij stond al te wachten op zijn kind. 

De psalm kent een open einde, maar de Bijbel vertelt in diverse bewoordingen steeds over een toekomst waarin het voor alle mensen goed zal zijn op deze wereld. Hier mogen we op blijven hopen en hieraan moeten we blijven werken. Het verhaal van de verloren zoon heeft wel een einde en zelfs een happy end. Boven verwachting eigenlijk. Het verhaal vertelt dat je in spiritueel opzicht hoe dan ook altijd thuis komt, wie je ook bent en wat je ook gedaan of nagelaten hebt, mits je dat zelf wilt.

De jongeren op Utoya en de mensen in Oslo waren op 22 juli vorig jaar ver van huis en verre van een veilige situatie en -anders dan de ‘verloren zoon’- zeker niet als gevolg van hun eigen keuzes. Toch is het land volgens de minister president Stoltenberg sindsdien toleranter geworden. De in Noorwegen wonende bevolkingsgroepen zijn meer op elkaar betrokken geraakt. Zo vertelde de jonge vrouw Tonje Brenna, die tijdens het drama op het eiland verbleef, hoe trots ze is op het multiculturele karakter van Noorwegen en hoe strijdbaar ze is geworden in het belang van een tolerante en rechtvaardige samenleving. De afschuwelijke gebeurtenissen hebben haar gesterkt in haar verlangen naar een betere wereld.

Het kan blijkbaar: vér van huis zijn en bijna tegelijk in contact komen met het geheim van de Sjekina: van de Geest van God, van het hart van het huis, het hart van de samenleving: zoeken en gevonden worden 

Zo zegt de priester Henry Nouwen, die een boek schreef over de gelijkenis van de verloren zoon, aan het einde van zijn boek: ‘ik begin nu in te zien hoe radicaal het karakter van mijn geestelijke reis zal veranderen, als ik mij God niet langer voorstel als iemand die zich schuilhoudt en het mij zo lastig mogelijk maakt om Hem te vinden. Nee, ik moet hem beschouwen als degene die naar mij op zoek is, terwijl ik mij verstop. Als ik door Gods ogen kijk naar mijn verloren ik en Gods vreugde ontdek bij mijn thuiskomst, dan zal ik met minder angst en meer vertrouwen door het leven gaan… Wat is er mooier dan de glimlach van God te ontlokken door mij te laten vinden en mij door Hem te laten liefhebben.’

Netty Hengeveld is theoloog en heeft een bureau voor religieuze en rituele dienstverlening -met aandacht voor de Saksische spiritualiteit en streektaal-, genaamd Lieve tied. Zie ook haar website www.lievetied.nl of haar facebookpagina www.facebook.com/lievetied


Reacties

Reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.