Verdraagzaamheid in het Werelddorp

14 september, 2012 - 09:00

At Ipenburg - We leven in toenemende mate in een werelddorp. Het is gemakkelijker dan ooit mensen met een andere taal, godsdienst en cultuur te ontmoeten. Wij zijn de Facebook-generatie. Via Facebook zijn 840 miljoen mensen met elkaar verbonden.  Nederland heeft bijna 7 miljoen Facebook gebruikers,  40 procent van de bevolking. 

Ik ben op Facebook bezig met een discussie over de verhouding tussen kerk en staat met D66’ers. Dan is er plotseling een chat die zegt ‘Hallo Pak At’. Het is een oud-student van mij uit Jayapura die zich meldt. Ik zet de video aan en we hebben een videoconversatie over de school, over collega’s en over de huidige politieke situatie in Papoea.  De wereld een dorp, waar je even over de schutting met iemand praat, die 11.000 kilometer verderop woont. Een zoon van een goede vriendin van ons studeerde mijnbouw in Australië. Hij heeft op internet contact met een meisje uit China. Ze komt bij hem op bezoek in Australië en hij gaat een keer naar haar dorp in China. Ze trouwen in Maastricht en gaan daarna direct naar Amerika, waar hij zijn wetenschappelijke onderzoek voort kan zetten.

Bewustzijnsverandering
De term global village komt van de visionair op mediagebied Marshall MacLuhan. Hij beschrijft de revolutie van de boekdrukkunst, waardoor op een totaal nieuwe manier ideeën zich konden verspreiden. De drukpers staat aan de basis van de Reformatie en ook van de Renaissance. MacLuhan voorzag de opkomst van het internet en de bewustzijnsverandering die dit teweeg zou brengen, analoog aan de Gutenberg-revolutie.  Het internet is een uitbreiding van het menselijk bewustzijn. The Global Village, het Werelddorp, is een metafoor voor de wereldwijde online-gemeenschappen.  Het geeft een grotere betrokkenheid met elkaar en een groter gevoel van verantwoordelijkheid voor elkaar.

Mogen we verwachten dat er meer begrip is, meer verdraagzaamheid in ons Werelddorp? Solidariteit tussen haves en havenots? Meer kennis van en begrip voor vreemde gebruiken als halal en koosjer voedsel, ritueel slachten, besnijdenis, het vasten met Ramadan, kledinggewoontes als hoofddoekjes, de kaftan, de jilbab en boerka’s? We zien eerder het omgekeerde: de opkomst van anti-islamisme, islamofobia, de associatie van de islam met terrorisme en wettelijke actie tegen de SGP en tegen ‘weigerambtenaren’. De stelling van Samuel P. Huntington uit 1993 over de onoverbrugbare kloof tussen het vrije Westen en de niet-westerse culturen, de Clash of Civilizations, heeft nog steeds aanhangers. Zij zien West- Europa en Noord-Amerika als het centrum van de beschaving en als de norm waar andere culturen en religies zich aan moeten meten. Maar dit is kortzichtig. Andere centra komen op en laten van zich horen. De mode gerelateerd aan de Islam daagt de spijkerbroekenrage van Levi’s en merkkleding uit met totaal andere kledingnormen: prachtige, design hoofddoeken en lange veelkleurige of stemmig witte of zwarte rokken.


Godsdienstvrijheid
In West Europa is er sprake van een snelle secularisering, van vergrijzing en een afname van het ledental en van kerkbezoek. Toch staat de discussie over religie hoog op de agenda. Voor een deel komt dit door het debat over de aard van de wereldislam en de mate waarin dit een bedreiging vormt voor onze manier van leven. Voor een ander deel komt dit door het ontstaan van allerlei nieuwe religieuze bewegingen en van een ongebonden spiritualiteit, beoefend  in de vorm van meditaties en  trainingen als tantrisme, yoga en vipassana.  

Het recht op godsdienstvrijheid roept nieuwe dilemma’s op. Hoe weeg je in het recente debat over ritueel slachten het recht op halal en koosjer slachten af tegen mogelijk extra dierenleed? Is het dragen van een hoofddoekje een uiting van een religieuze overtuiging, net als het dragen van een habijt, een keppeltje, een tulband of een crucifix? Is dat toegestaan in de publieke ruimte, aan de kassa in de supermarkt, door een rechter of een advokaat in functie of door een ambtenaar? Wanneer je dit afwijst voor mensen voor wie deze kledingsvoorschriften een wezenlijk onderdeel vormen van hun geloof, dan sluit je effectief grote groepen uit voor deze beroepen.

Paradox
Godsdienstvrijheid is een paradox. Het is het recht om te kiezen voor een beperking van je rechten. De bekende Amerikaanse filosoof Martha Nussbaum heeft in haar boek The New Religious Intolerance: Overcoming the Politics of Fear in an Anxious Age (Harvard University Presss, 2012) betoogt dat vooral moslims slachtoffer zijn geworden van de nieuwe religieuze intolerantie. Wat maakte het dat de aanslagen van Anders Breivik in Noorwegen op 22 juli 2011 die 77 slachtoffers eisten, in eerste instantie aan moslimextremisten werden toegeschreven? Waarom heeft Zwitserland, waar vier minaretten zijn, een wettelijk verbod op het bouwen van minaretten? Waarom mag in Duitsland een religieuze in vol habijt lesgeven, maar mag een moslimlerares geen hoofddoekje dragen in de klas? Waarom is er zoveel stampei over de bouw van een moslim- cultureel centrum in Beneden Manhattan? Waarom nam in mei 2011 de Tweede Kamer een wetsvoorstel aan dat ritueel slachten voor joden en moslims verbood? Het signaal is:  godsdienstvrijheid is onderhandelbaar als het de vrijheid van moslims betreft.  Volgens Nussbaum is nodig: respect voor het geweten van iedereen en in gelijke mate,  een zelfkritische waakzaamheid en een sympathiek inlevings- en verbeeldingsvermogen. De staat dient zich neutraal op te stellen wat betreft zaken van het individuele geweten. Aan alle menselijke wezens dient een gelijke waardigheid toegekend te worden, een waardigheid die zich uitstrekt tot de manier waarop een individu zelf invulling geeft aan de vraag naar de zin van het leven. Het geweten en de menselijke waardigheid zijn twee kanten van dezelfde medaille. Nussbaum nodigt ons uit nieuwsgrierig te zijn en vriendschappen te sluiten over religieuze grenzen heen en een consistente ethiek van beleefdheid en fatsoen te ontwikkelen . Met meer begrip en respect kunnen we de politiek van de angst teboven komen en helpen bouwen aan een open en meer inclusieve toekomst. In de discussie over hoofddoekjes wordt steeds verondersteld dat de vaders hun dochters of mannen hun vrouwen dwingen om een hoofddoekje te dragen. 
Moslimvrouwen moeten dus door ‘ons’ gedwongen worden hun hoofddoekjes af te doen en vrij te zijn. Maar hoe is het als de vrouwen zelf bewust kiezen voor het dragen ervan?  Volgens Nussbaum worden vrouwen hier geobjectiveerd, gezien als willoze werktuigen voor het nut van mannen. Maar dat gebeurt ook in de pornografie en in de plastische chirurgie. Hier is de objectivering zelfs groeiend. Er zijn nauwelijks protesten van de orde als die tegen hoofdddoekjes.

Er is nog een paradox. Mijn godsdienstvrijheid geeft me het recht om anderen van de juistheid van mijn religie te overtuigen, maar daarmee maak ik een inbreuk op het recht van een ander om ongestoord zijn of haar religie uit te oefenen. Godsdienstvrijheid dient om minderheidsreligies te beschermen tegen meerderheidsreligies en tegen beinvloeding door de staat, die zijn eigen religie, de ‘civic religion’ of een levensbeschouwing, het secularisme, dominant wil maken. De staat doet tegenover religies ook meermalen een beroep op de goede orde, de zedelijkheid, het staatsbelang en de publieke orde om de godsdienstvrijheid in te perken.   

IARF
De International Association for Religious Freedom (IARF) houdt zich al sinds 1900 bezig met de verdediging van het recht op de vrijheid van godsdienst. Aanvankelijk ging het vooral om de godsdienstvrijheid van vrijzinnig christelijke groeperingen. Later kwamen daar de Unitariërs bij. De laatste jaren hebben ook geloofsgemeenschappen in Zuid - Azië en Japan zich aangesloten. Bij de IARF vieren we de ontmoeting met mensen met een andere religie, cultuur en levensovertuiging met wie we door banden van vriendschap verbonden zijn.  In juli van dit jaar was IARF - Nederland gastheer van een congres voor IARF - leden in Europa en het Midden - Oosten met deelnemers uit Japan, Israël, Macedonië, Bulgarije, Roemenië, Duitsland, Noord - Ierland, Engeland en Nederland. Het waren boeiende discussies bijvoorbeeld over parallellen tussen pogingen tot verzoening tussen moslims, christenen en joden in Israël door Yehuda Stolov en zijn Interfaith Encounter Association in Jeruzalem. En tussen katholieken en protestanten in Noord - Ierland, waar Chris Hudson baanbrekend werk verrichtte in het vredesproces tussen katholieken en protestanten. Ook verwelkomden we een vertegenwoordiger van de Bektashi Sufi Orde uit Macedonië. Hij hield een hartstochtelijk pleidooi voor hulp van de IARF voor de erkenning van zijn geloofsgemeenschap. De IARF is nog steeds nodig.

At Ipenburg 
voorzitter IARF - Nederland

Informatie: http://iarf.net en http://iarf.net/nlg

Bron: Adrem - september 2012



Reacties

Reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.