Teloorgang van de christendemocratie
Veertig procent van het Nederlandse electoraat heeft tot het laatste moment getwijfeld over de vraag op welke partij ze afgelopen woensdag hun stem zouden uitbrengen. Ik was voor het eerst een van die zwevende kiezers. Op het moment dat ik dit commentaar schrijf, is de uitslag van de verkiezingen nog niet bekend.
Sommige kiezers laten zich bij het uitbrengen van hun stem leiden door politieke inhoud: zo hoort het ook. Sommigen laten zich eerder verleiden door het beeld dat de politici van zichzelf via de media weten te vestigen: nu maar hopen dat dat beeld in de werkelijkheid ook blijkt te kloppen. Weer anderen varen op de peilingen, willen het liefst bij de winnaar horen of brengen een strategische stem uit in de hoop daarmee een door hen gewenst kabinet aan de macht te helpen: ze zouden wel eens bedrogen kunnen uitkomen. Niettemin, of kiezers nu varen op politici of op de media of op de opiniepeilers – die ieder hun geheel eigen belangen hebben – uiteindelijk is de stem van de kiezer heilig. Van de nu gekozen Tweede Kamer moeten we dus zeggen: dit zijn ‘wij’ en ‘wij’ zullen het met elkaar moeten doen. Dat is wat we onder democratie verstaan.
Deze verkiezingen zullen volgens alle voorspellingen een verdere marginalisering laten zien van de confessionele politiek in dit land. In 1967 behaalden de christelijke partijen – de voorlopers van CDA en ChristenUnie plus de SGP – voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog niet langer de absolute meerderheid in de Tweede Kamer. Ze kwamen toen uit op 73 zetels. Nu, in 2012, hebben de drie partijen voor het eerst minder dan 25 zetels. De teruggang is geheel op het conto te schrijven van het CDA. Die partij mist op dit moment een duidelijk profiel – ze komt over als een ‘VVD light’ – en een aansprekende leider. Haar deelname aan een onzalig kabinet dat voor zijn voortbestaan afhankelijk was van de gedoogsteun van de xenofobe PVV, is kiezers in het verkeerde keelgat geschoten.
De confessionele politiek is op een historisch dieptepunt aanbeland. De christendemocratie vormt niet langer, naast liberalisme en socialisme, een van de drie hoofdstromingen in de politiek. De oorzaak daarvan ligt echter niet alleen in de belabberde staat van het CDA. Dit is vooral ook een gevolg van het proces van secularisering en individualisering dat de Nederlandse samenleving de afgelopen halve eeuw heeft doorgemaakt. Het aantal kerkleden en gelovigen is sterk gedaald. De sociale druk om te stemmen op een confessionele partij hoort minstens binnen de grote kerken – de r.-k. kerk en de PKN – tot het verleden. Sommige gelovige kiezers herkennen zich veeleer in partijen die zich niet exclusief op die uitgangspunten beroepen en stemmen daar dan ook op. Wat zeker ook speelt, is dat gelovigen meer dan in het verleden religie vooral betrekken op hun eigen leven, op het welbevinden van henzelf en van de mensen in hun directe omgeving en minder op de samenleving als geheel. We zijn van een verzuild en ‘organisatorisch’ christendom terecht gekomen in een geprivatiseerd christendom. Gelovige kiezers, voorzover nog aanwezig, komen niet meer automatisch uit bij een partij die zegt zich te baseren op christelijke uitgangspunten.
We beleven deze verkiezingen de historische teloorgang van de christendemocratie. Ik ben eerlijk gezegd nooit een aanhanger geweest van confessionele politiek. Maar bij dit verlies sta ik allerminst te juichen. Ik heb waardering voor de historisch niet geringe bijdragen van de christendemocraten aan onze samenleving, zie overal om me heen de belangeloze inzet van juist hen aan vrijwilligerswerk en sociale verbanden. Maar bovenal, het blijft voor de politiek als geheel van groot belang om zichzelf levensbeschouwelijke en religieuze vragen te stellen. Religie gaat over verbinding tussen mensen en over onze diepste motieven. De neoliberaal stelt het ‘ik’ voorop, de religieuze mens het ‘wij’. De seculier houdt leven en dood voor maakbaar, de gelovige leeft van wat hij ontvangen heeft. De populist wil anderen bekeren, de christen zichzelf. Christendemocraten hebben vanouds, hoe onbeholpen ook, deze spirituele waarden aan de orde gesteld. Zij zullen dat hopelijk blijven doen, maar hebben daarbij nu meer dan ooit de steun nodig van mensen binnen andere partijen die niet minder dan zij besef hebben van de noodzaak van een spirituele politiek.
Bron: Volzin september 2012
Volzin
- 31 januari 2013
- 24 januari 2013
- 18 januari 2013
- 15 januari 2013
- 14 januari 2013
Jan van Hooydonk
- 09 oktober 2012
- 17 september 2012
- 27 juli 2012
- 13 juli 2012
- 14 mei 2012


Reacties
Reageren