Gedicht in oktober

Piet van Die28 oktober, 2012 - 09:00

It was my thirtieth year to heaven.- Het is een van de mooiste en meest intrigerende openingszinnen binnen de poëzie die ik ken. Opmerkelijk: niet ‘from birth’ of ‘to death’, maar ‘to heaven’. 

De zin komt uit ‘Poem in October’, een gedicht van Dylan Thomas. Waarom ik die zin zo mooi vind, daar kom ik straks op. Maar eerst iets over het gedicht als geheel. Ik zal het niet helemaal citeren. Daarvoor is het te lang. Wie de titel van het gedicht googelt, vindt het moeiteloos.

Het gedicht gaat over een wandeling in vroege ochtend van de verjaardag van de ik-persoon van het gedicht. De wandeling begint als iedereen nog slaapt. Alleen de vogels zijn al wakker. Ze vliegen of staan tegen de achtergrond van de zee en een haven. De ik-figuur ziet ze als hij een nog slapend stadje verlaat. De dag is jong en fris.

Hij wandelt vervolgens de heuvels in. Aan weerszijden van de weg zijn opnieuw vogels. Terugkijkend ziet hij nu vanuit de verte het stadje dat langzaam wakker wordt. Er valt een lichte regen. De plaatselijke kerk lijkt als een slak die zijn voelhorens door de mist steekt. 

Tegelijk is er sprake van bloeiende tuinen. Welk jaargetijde is het? De titel van het gedicht spreekt van oktober. Herfst dus. Maar deze herfst lijkt een Indian Summer– de wereld is nog licht en vol leven. Al hangen er al wel vruchten aan de bomen en struiken: appels, peren en bessen. 

En dan wordt het landschap opeens het decor van een herinnering. De herinnering aan de periode dat de ik-figuur er met zijn moeder liep ‘door gelijkenissen van zonlicht’. Daar bereikt het gedicht wat mij betreft zijn hoogtepunt. En wie het gedicht door Dylan Thomas hoort voorlezen (er zijn nog veel geluidsopnamen, ook op YouTube), voelt dat zelf. Thomas declameert het bijna op fluistertoon – opvallend omdat hij zijn werk meestal voorlas met een stem als een misthoorn!

De dichter valt opeens samen met het jongetje dat hij eens was. ‘Zijn tranen brandden op mijn wang en zijn hart schoof in het mijne.’ We horen over een vreugdevolle en (bijna?) religieuze ervaring. Het jongetje fluisterde ooit de waarheid van zijn vreugde tot de bomen, de stenen en de vissen in de stroom. Maar het is alsof het paradijs nog steeds open is. ‘En het mysterie zong nog steeds levend in het water en de zingende vogels.’ 

En dan horen we opnieuw de woorden waarmee het gedicht opende: ‘Het was mijn dertigste jaar op weg naar de hemel.’ Het gedicht eindigt dan met de woorden:

 O may my heart’s truth
 Still be sung
 On this high hill in a year’s turning.

Terug naar mijn favoriete regel. Waarom to heaven? Ook tegen de achtergrond van de rest van het gedicht blijft die uitdrukking mysterieus, maar tegelijk zijn we dichter bij het mysterie gekomen. Je zou zeggen: het ouder worden brengt verder af van de paradijselijke toestand van de kinderjaren. Alles kan alleen maar minder worden. Nog even en na de top van je leven zie je in de verte in het dal de dood. Er rest alleen nog maar vergankelijkheid. 

Maar niet in dit lied. ‘Lied’, ja, want het gedicht zingt. Het zingt van vreugde om het leven en het mysterie dat erin huist. Er is nog steeds gelijktijdigheid mogelijk met het jongetje dat er eens was. Dat maakt de weg van het leven licht. En het is tegelijk zelfs een weg náár het licht. Je raakt niet steeds verder af van het paradijs; je komt er ook steeds dichterbij! To heaven. Een lied vol vreugde over het geheimenis van het leven. 


Piet van Die is reiziger tussen kerk en cultuur. Hij leest en schrijft graag over poëzie in de religie en religie in de poëzie. Hij werkt als predikant in en vanuit ‘De Morgenster’ (PKN) in Papendrecht. Zijn website: www.pietvandie.nl

Reacties

Reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.